nod   nod
14px 16px 17px 18px

 Wie zijn de zonen Gods?

Inleiding.
De eerste versie van deze pagina vormde ooit mijn poging om na jaren van stilte mijn gedachten weer eens in de vorm van het geschreven woord te uiten. Het resultaat van die poging was de eerste pagina van mijn vorige website. Ondertussen heb ik alweer een paar maal gebruik gemaakt van mijn toegenomen schrijfervaring om de inhoud aan te passen. Niet omdat mijn inzichten waren veranderd maar omdat mijn schrijfstijl toch weer verder bleek te zijn uitgerijpt. Met als gevolg dat ik, mijn eigen schrijfwerk weer eens lezende, vast moest stellen dat het allemaal toch nog weer beter kon. Wat mij in de loop der jaren onder andere is opgevallen is dat het “christendom” in zijn algemeenheid een uitgeholde religie is. Met name in de evangelische hoek zijn er in de afgelopen decennia verscheidene bijbelse waarheden in de opruiming gedaan. Omdat ze kennelijk onverkoopbaar waren geworden als gevolg van dezelfde verdorven mentaliteit als waar Paulus al over schreef in 2 Tim. 4:3-4: “Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren”. Dat deze verdichtsels zo'n enorme aanhang hebben kunnen vinden in met name de evangelische straatjes van de grote stad Babylon is mede een gevolg van de schrikbarend matige bijbelkennis. In plaats van in oprechtheid te onderzoeken wat de bijbel ons heeft te zeggen zoekt men liever de kick van het ogenblik, waardoor de aandacht meer dan eens uitgaat naar allerlei toeters en bellen, die met het evangelie van Jezus niets van doen hebben. Het was te verwachten. Een van de opdrachten van de satan aan zijn generaals luidt namelijk: “Hou de evangelische christenen massaal bezig met een evangelie dat geen evangelie is en je zult geen last van ze hebben”. Ze hebben succes gehad, deze leugengeesten.
 

De voorbereiding op de strijd.

Ik heb ooit eens, rond begin jaren tachtig, een tweewekelijkse bijeenkomst bezocht van de jeugdgroep van een “volle” evangelie gemeente. Aan het eind van weer een hele avond praten over diverse “zaken die de boodschap enigszins raken” vond ik na afloop tot mijn verbijstering mijn bijbel nog ongebruikt onder mijn stoel liggen, en dat gebeurde zelfs meer dan eens. Achteraf werd me duidelijk dat de betreffende jeugdleider destijds al verkapte New Age leugens verkondigde. Vandaar dus dat mijn bijbel onder mijn stoel stof kon liggen happen. Want als er een ding is waar de satan een bloedhekel aan heeft dan is dat wel het openen van Gods Woord.

Het verwoestende resultaat van dit ontstellende gebrek aan bijbelkennis binnen het evangelische wereldje was onder andere dat ik aan de reacties op mijn website kon merken dat men zich massaal druk loopt te maken om allerlei bijzaken. Bijzaken, die de satan als afleiding in de strijd werpt om toch maar vooral te voorkomen dat men gaat inzien waar het evangelie werkelijk over gaat. Met als gevolg dat er van het huidige, in veel hokjes verdeelde, “christendom” geen heil is te verwachten. Om dat aan de oprechten binnen dit geestelijke Babylon duidelijk te maken moet er wel eens een scheidingsmuurtje tegen de grond gemept worden. We mogen ook niet uit het oog verliezen dat Jezus ooit aan Zijn discipelen leerde dat er nog veel zou moeten gebeuren voordat de tirannie van de satan uit deze wereld zou zijn verdreven. Als er iets is waar ik al tientallen jaren schrikbarend weinig over heb horen spreken en waarover al net zo weinig wordt geschreven dan zijn dat wel de zonen Gods. Ik heb daarentegen nogal wat onderwerpen telkens weer terug zien keren waarover men met zo'n fanatisme kon spreken of schrijven dat iedere afwijkende mening al bij voorbaat tot in de kiem gesmoord werd. Denk ik bijvoorbeeld aan die keren dat ik mensen met vlammende ogen bezig zag hun heilig huisje van de slopershamer te redden dan voel ik weer het klimaat van onverdraagzaamheid dat dergelijke vlammenwerpers omringde. Meer dan eens was dat bedreigde “heiligdom” het onderwerp: Israël. Als jochie was het mij destijds al duidelijk dat daarbij bijzonder venijnige en sluwe leergeesten aan het woord waren. Als kind kun je namelijk opvallend goed aanvoelen wanneer “die grote mensen” grof staan te huichelen en een loopje nemen met de waarheid. Alleen wat dat betreft is het al pure noodzaak om maar gewoon kind te blijven. Dan weet je tenminste waar het evangelie werkelijk over gaat. Want: “het evangelie is veel te ingewikkeld voor volwassenen. Alleen een kind kan het begrijpen”.
Kortom: men heeft binnen het christendom meestal de mond vol over bijzaken, of nog erger: over leringen van boze geesten, terwijl het onderwerp zonen Gods door de zwijgzaamheid hierover grotendeels een mysterie is gebleven. Alhoewel de term zonen Gods maar op enkele plaatsen in het Nieuwe Testament gebruikt wordt is dit absoluut niet uit het evangelie weg te denken. Een in dit verband belangrijke uitspraak van Jezus aan Zijn discipelen was: “Gij dan zult volmaakt zijn gelijk uw Hemelse Vader volmaakt is” (Matth. 5:48). De zonen Gods en de gemeente van Jezus Christus hebben alles met elkaar te maken. Wat daarbuiten valt zal tot het geestelijke Babylon behoren, de afvallige kerk. De scheiding tussen de gemeente van Christus (de zonen Gods) en dit Babylon wordt gaandeweg duidelijker zichtbaar. Het was te verwachten dat de grote meerderheid binnen het huidige christendom tot de afvallige kerk zal gaan behoren. Het is namelijk een geestelijke wet dat de meerderheid altijd in het kwade is en in Exodus 23:2 werd er daarom al voor gewaarschuwd: “Gij zult de meerderheid in het kwade niet volgen, noch in een rechtsgeding getuigenis afleggen met de meerderheid mee, om het recht te buigen”. Dat het ook met de grote bulk van de christenen fout zal aflopen voorspelde Jezus al in Matth. 24:10 waar Hij zei: “En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten”.

 

Om de oprechten onder de mensen voor dit onheil te behoeden bracht Jezus een evangelie voor alle dag, een praktijkgericht evangelie, dus door de gewone man met een oprecht hart toe te passen in de praktijk van iedere dag. Met droge theorieën en theologische beschouwingen waar geen sterveling mee uit de voeten kan hield Jezus Zich niet bezig. Jezus bracht dus een begrijpelijk evangelie omdat Hij onze beperkingen kent en Hij ons daarom ook niet opscheept met ondraaglijke lasten. Daar heeft de satan het erg druk mee. Als Jezus dan zegt: “Gij dan zult volmaakt zijn” heeft Hij het niet over een ongrijpbare verre toekomst maar over het hier en nu. Dat was een heldere boodschap die echter de mond gesnoerd werd door het geestelijke Babylon en zijn leringen van boze geesten. Toen Jezus aan het kruis de satan onttroonde omdat deze niet in staat was gebleken om, ondanks alle opgetrommelde hulptroepen, Jezus tot ongehoorzaamheid aan Gods verlossingsplan te dwingen brak er paniek uit in de hemelse gewesten en kwam de geestelijke oorlog in een nieuwe fase terecht. Omdat de satan besefte dat voor Jezus de weg nu open lag om de macht van de overste van deze wereld voorgoed te breken ging hij sinds Golgotha meer dan ooit als een brullende leeuw rond om te zoeken wie hij zou kunnen verslinden (1 Petrus 5:8). En wie zou hij daarbij vooral op het oog hebben? Zijn dat niet die mensen die in Openbaring 14:1-4 genoemd worden als de losgekochten van de aarde? We lezen daar: “En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden. En ik hoorde een stem uit de hemel als de stem van vele wateren en als de stem van zware donder. En de stem, die ik hoorde, was als van citerspelers, spelende op hun citers; en zij zongen een nieuw gezang voor de troon en voor de vier dieren en de oudsten; en niemand kon het gezang leren dan de honderdvierenveertigduizend, de losgekochten van de aarde. Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam”.

Toen God de mens op deze aarde plaatste om over deze aarde te heersen, was dat Zijn eeuwige bedoeling. In het boek Prediker vinden wij de conclusie: “Ik heb ingezien dat al wat God doet voor eeuwig is”. Van Zijn plan met de mens is God daarom ook nooit afgeweken, ook niet toen bij de zondeval de satan die macht in handen kreeg doordat de mens ongehoorzaam werd aan Gods verbod om van de vrucht te eten. Toen Jezus naar deze wereld kwam was dat niet alleen om de macht van de overste van deze wereld op Golgotha te breken maar ook om de in zonde gevallen mens met de Vader te kunnen verzoenen en om uiteindelijk ook die geroofde heerschappij weer terug te kunnen geven aan de mens. In tegenstelling tot de paradijselijke omstandigheden waaronder de eerste mensen een taak hadden gekregen hebben we nu echter te maken met het feit dat er een overste van deze wereld is die zijn ondergang ziet naderen. En die dit dan ook tot het laatst zal proberen uit te stellen. Omdat God die heerschappij aan de mens had gegeven is het nu de taak van de mens om deze weer terug te veroveren. Dit was het evangelie dat Jezus aan Zijn discipelen naliet. Pas toen zij de Heilige Geest hadden ontvangen waren zij in staat om het allemaal te bevatten en kon deze leraar ter gerechtigheid hen overtuigen van alles wat Jezus hun had geleerd. Zoals dat bijvoorbeeld in Joh. 16:12-15 door Jezus werd aangekondigd: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen, doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid”.

 

Kruisdragers.

Sinds de zendingsopdracht aan de discipelen is dit evangelie te vuur en te zwaard bestreden en zijn veel volgelingen van Jezus die er gehoor aan wilden geven vervolgd en vermoord. God heeft voor Zijn plan volmaakte mensen nodig omdat alleen zij die geen zonde meer kennen voor de satan ongrijpbaar zijn, zoals ook Adam en Eva dat waren voordat zij aan de verleiding tot zonde gehoor gaven. De satan weet dat diegenen die aan dit evangelie gehoorzaam willen zijn de grootste bedreiging vormen voor zijn rijk.

Jezus was voor de satan ongrijpbaar, ondanks het geweld dat hij losliet op onze Verlosser, met name aan het kruis en de marteldood die Jezus onderging. Dat liet jezus weten in Joh. 14:29-31: “En nu heb Ik het u gezegd, eer het geschiedt, opdat gij geloven moogt, wanneer het geschiedt. Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste der wereld komt en heeft aan Mij niets, maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en zo doe, als Mij de Vader geboden heeft. Staat op, laten wij vanhier gaan.” Ook de zonen Gods krijgen hun deel van het kruis te dragen. In Openbaring 12 wordt dit beschreven in vers 4b en 5, waar staat: “En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden. En zij baarde een zoon, een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd plotseling weggevoerd naar God en zijn troon”. Het gaat hier over de draak die voor de vrouw staat om haar kind te verslinden. Dit kind is een beeld van de zonen Gods. In Openbaring 12:2 lezen we dat de vrouw schreeuwde in haar pijn om te baren. Dit duidt op de enorme worsteling die in hun leven totdat die beloofde volmaaktheid is bereikt. En in vers 5 staat vervolgens: “en haar kind werd plotseling weggevoerd naar God en Zijn troon”. Vertaald naar de praktijk van alle dag is dit een beschrijving van het moment waarop een mens de volmaaktheid heeft bereikt, waarna de satan geen vat meer heeft op zijn doen en laten. En evenmin op zijn gedachten, zo lezen we in Openbaring 7:3: “....en hij zeide: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de knechten van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben”.

In Jesaja 35:8-10 wordt dit beschreven als een gebaande weg, een heilige weg waarop geen verscheurend dier kan komen. Met deze verscheurende dieren worden de ziedende boze geeten bedoeld die net als hun bevelhebber, de satan zelf, tekeergaan om alles wat ook maar enigszins aan God doet denken te kunnen vernietigen. Dat is ook te merken als “bijbelwetenschappers” weer eens menen te kunnen bewijzen dat in de vier evangeliën (Matthéüs, Marcus, Lucas, Johannes) een héél ander evangelie wordt verkondigd dan “Jezus uit Nazareth” oorspronkelijk zou hebben gebracht. Waarop het advies volgt dat de mens maar beter zijn heil kan zoeken bij de god in zichzelf (een New Age leugen!) of bij de vele nepgoden die diverse vijandige religies ons door de strot willen duwen.

 

Jezus zei dan ook tegen Zijn discipelen: “In de wereld lijdt gij verdrukking...”. Paulus schreef hierover in Col. 1:24: “Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente.” Hij getuigde van het kruis in zijn leven dat hij vrijwillig droeg. En dat ook iedere zoon Gods in opleiding zal krijgen te dragen. Dit is mede de reden waarom de zonen Gods uiteindelijk van mensen niets meer te verwachten hebben omdat de haat van veel mensen zich tegen hen zal keren. Jezus maakte het Zijn discipelen dan ook duidelijk dat ze “door allen gehaat zouden worden” en: “Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen” (Joh. 15:20). De apostel Petrus schrijft op zijn beurt in 1 Petrus 2:21: “daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten”. Dit houdt in dat zij die de weg van Jezus willen gaan er door hun lijden een prijs voor moeten betalen. In Matth. 10:38 zegt Jezus daarom: “en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig” en in Lucas 14:27 zegt Jezus het zo: “Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan Mijn discipel niet zijn”. Met andere woorden: “wie deze prijs niet wil betalen zal ook in Mijn heerlijkheid niet delen”. Dit betekent niet dat iemand voor eeuwig verloren zou zijn maar het betekent wel dat hij in het eeuwige leven niet die status zal krijgen die de echte kruisdragers wel zullen verkrijgen.
Om dit leger van zonen Gods te kunnen vormen geeft Jezus in Matth. 28:19 aan Zijn discipelen de opdracht: “Gaat dan heen, onderwijst al de volken in Mijn Naam en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb”. Een discipel is dus een kruisdrager, die een kruis in zijn leven kent waaraan zijn oude, zondige mens zal sterven. Als dit uiteindelijk is gebeurd, is hij een zoon Gods.
De leugen van het “zondaar zijn tot de dood”, die in diverse “traditionele” kerken is te horen, gaat hier echter dwars tegenin. Heeft Jezus dit ooit gepredikt? Waarom heeft men desondanks vele eeuwen deze lering van boze geesten verkondigd terwijl Jezus' woorden hier duidelijk genoeg over zijn? Alleen wie Jezus werkelijk liefhebben willen in Zijn lijden delen waarna zij uiteindelijk ook aan Zijn verheerlijking deel zullen krijgen, zo lezen we in Rom. 8:17: “Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in Zijn verheerlijking”.
Het een en ander samenvattend krijgen we:

Jezus heeft niet gevraagd om kruisvaarders maar wel om kruisdragers!
 

Tegenwerking: een uitgehold evangelie.

Wat mij in de loop der jaren o.a. duidelijk is geworden is dat de satan een meester is in het uithollen van het evangelie. Waarbij wel opgemerkt moet worden dat het “evangelie” dat overblijft na iedere geslaagde uithollingsoperatie allang geen evangelie meer is, ook al spreekt men nog wel dezelfde taal en gebruikt men bijbelteksten om dat uitgeholde evangelie kracht bij te zetten. De diverse variaties op dit thema die al op mijn weg kwamen maakten glashelder dat de grote bulk van de christenheid zich schaapachtig laat meeslepen door de ogenschijnlijk oprechte taal die de misleiders van de satan uiten. Die taal kan dan wel overtuigend overkomen, de werkelijke inhoud en betekenis van die woorden zijn compleet anders. Een wereldwijd voorbeeld van een dergelijke uitholling van het evangelie is de Roomse Katholieke religie. Dit groots opgezette vangnet heeft miljoenen in zijn greep gekregen en daar heeft de satan sinds zijn smadelijke nederlaag op Golgotha systematisch aan gewerkt. Deze vijandige religie is in werkelijkheid, schrik niet, een vorm van aangepast satanisme. Gemaakt voor de domme massa, zoals de occultisten van het Vaticaan zelf toegeven.

Omdat hij met sluwheid te werk gaat is de satan continu bezig de waarheid te vervangen door halve waarheden, hele leugens en alle varianten daartussenin. In de eerste eeuwen van het christendom kreeg dit voor het eerst vorm in het opkomende heidense Rooms Katholicisme, als de officiëel erkende saatsgodsdienst van het Romeinse rijk, en alle daarvan afgeleide en verwante orthodoxe kerken en religies die samen niets anders zijn dan een occulte vergaarbak vol dodenvereringen, zaligverklaringen, indrukwekkende kathedralen, nepheiligen en een hele zwik aan dogma's, tradities, liturgieën en alles waarmee de religieuze mens het verder nog erg druk kan hebben. Die zogenaamde heiligen zijn trouwens de vervangers van de afgoden die het volk Israël destijds vereerde. Terwijl Jezus er tegenover de Samaritaanse vrouw heel iets anders over zei waagt men desondanks te beweren dat de enorme kathedralen en kerkgebouwen de plaats zouden zijn waar men God kan ontmoeten. Jezus zei echter in Joh. 4:21-24 tegen die Samaritaanse vrouw: “Geloof Mij, vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden; maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in Geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in Geest en in waarheid”. Daarvoor hebben wij een dergelijke bovengrondse grafkelder niet nodig.

 

Ook koning Salomo begreep bij de inwijding van de tempel al dat de Allerhoogste niet woont in wat met mensenhanden gemaakt is. Dat kunnen we lezen in 1 Kon. 8:27: “Zou God dan waarlijk op aarde wonen? Zie, de hemel, zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten, hoeveel te min dit huis dat ik gebouwd heb”. De apostel Paulus getuigde op zijn beurt in Hand. 17:24 in Athene tegenover de samengestroomde wijsgerige Grieken dat de God die de wereld gemaakt heeft, niet woont in tempels die met handen zijn gemaakt: “De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt”. Dit aanbidden is niet aan welke “heilige” plaats dan ook verbonden. De heilige plaats die God zoekt om in te kunnen wonen is het oprechte hart van die man en vrouw die met zijn hele hart het evangelie van Jezus heeft aanvaard. Met Zijn antwoord aan de Samaritaanse vrouw in Joh. 4:21-24 kondigde Jezus gelijktijdig het definitieve einde aan van de oudtestamentische tempeldienst. Omdat met Jezus de werkelijke en geestelijke tempeldienst was gekomen, zo lezen we in Colossenzen 2:16-17: “Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is”. Dit betekent in de praktijk dat wij God kunnen vinden waar wij ook maar zijn. Ook al is het tijdens het autorijden. Dat heb ik zeer vaak gedaan. En weet je wat? Het heeft me zelfs voor ongelukken behoed!

De imponerende kerkgebouwen die vol staan met beelden van “heiligen” zijn niets anders dan bovengrondse grafkelders waar de geestelijke dood heerst. En zijn tevens plaatsen van afgoderij, en dus afgodstempels. Want de “heiligen” beelden die we erin vinden zijn in werkelijkheid afgodsbeelden waar een vloek op rust én voorwerpen die de aandacht afleiden van onze enige Verlosser: Jezus Christus. Ik heb meer dan eens tijdens mijn zwerftochten door Europa met verbazing in de deuropening gestaan van weer een dergelijk, indrukwekkend kerkgebouw. Met name in Frankrijk leek het wel of ieder gehucht rond zo'n grafkelder was gebouwd. De ongeveer vijf meter hoge deuren brachten overwegend maar één boodschap over aan de nietige mensjes die het waagden om deze oorden te betreden. Die boodschap was: jij bent maar een klein en nietig mensje en deze machtige kerk heeft jouw eeuwig lot in handen, dus onderwerp je aan de macht van de kerk want anders.... En inderdaad, staande naast de grote deuren en opkijkend naar die hoge deurposten voel je jezelf maar heel klein en nietig. Deze vorm van psychologische oorlogvoering heeft dus onvermijdelijk het door de bouwers beoogde effect op de met schrik en beving bevangen kerkgangers.
Terugkomend op die afgodsbeelden: ook de allesoverheersende verering van Maria binnen de roomse kerk is de vermomde en “christelijke” versie van de verering van de heidense hemelkoningin en ook daar maakte het volk Israël zich aan schuldig. Zoals we lezen in Jeremia 7:18: “De kinderen rapen hout, de vaders steken vuur aan en de vrouwen kneden deeg om offerkoeken te maken voor de koningin des hemels en zij brengen plengoffers aan andere goden teneinde Mij te krenken

 

Het onkruid in de akker.

Zoals al is gezegd is de satan continu bezig de waarheid te vervangen door halve waarheden, hele leugens en alle varianten daartussenin. Van dit proces ben ik destijds ook in de eigen gemeente getuige geweest. Het bleek een praktijkvoorbeeld te zijn van de gelijkenis van het onkruid in de akker, welke Jezus vertelde in Matth. 13:24-30. Deze gelijkenis gaat als volgt: “Het Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn akker. Doch terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg. Toen het graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn. Daarna kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem: Heer, hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Hoe komt hij dan aan onkruid? Hij zeide tot hen: Dat heeft een vijandig mens gedaan. De slaven zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij het bijeenhalen? Hij zeide: Neen, want bij het bijeenhalen van het onkruid zoudt gij tevens het koren kunnen uittrekken. Laat beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur”.
Op de vraag van de slaven naar de afkomst van het onkruid is het antwoord: “Dat heeft een vijandig mens gedaan”, waarmee de satan wordt bedoeld. Dit is nu precies waarvoor de apostel Paulus de oudsten van Efeze al waarschuwde in Hand. 20:29-30 waar hij de indringende waarschuwing liet horen: “Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken”. Jazeker, het staat er echt: uit uw eigen midden!

Met het goede zaad wordt in deze gelijkenis de tarwe bedoeld en met het onkruid de Dolik. Dat is in Israël een onkruidsoort met giftige aren die tijdens het opgroeien niet van het goede graan zijn te onderscheiden maar pas bij het vruchtzetten verschillen laten zien met het goede (eetbare) graan. Daarom mochten de slaven in de gelijkenis het onkruid niet weghalen voordat het volgroeid was omdat de kans bestond dat ze onopzettelijk ook het goede graan zouden verwijderen. Het goede graan in deze gelijkenis zijn de zonen Gods. De Dolik daarentegen zijn de zonen des verderfs, of in meer gangbaar Nederlands: dit zijn de afvalligen en de satanaanbidders die het leger van de antichrist zullen vormen. Deze beide groepen groeien samen op totdat het verschil maar al te duidelijk zichtbaar zal worden. Deze afvalligen verraden zichzelf in de eerste plaats door hun handel en wandel.
Daarover zei Jezus in Matth. 7:16-20: “Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen. Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen”. Die slechte vruchten zijn te bijvoorbeeld herkennen aan hun botte bijl methoden en aan de verwoestingen die ze aanrichten. Hun ware aard is dan ook te herkennen aan hun vruchten en niet aan hun vrome praatjes. Als die vruchten een spoor van verwondingen en trauma's zijn is het wel duidelijk met wat voor slechte bomen we van doen hebben.

Uiteraard zijn zij zelf van mening dat ze namens God handelen maar daar rekende Jezus in Joh. 16:2-3 al hardhandig mee af: “Men zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen”. Ik heb dit soort mensen van nabij bezig gezien en schrijf dus uit ondervinding en als ooggetuige. Ik heb destijds de hel in hun ogen gezien. Het is haast onvoorstelbaar hoe je mensen kunt zien veranderen die zich aanvankelijk nog op de goede weg bevonden.

 

Een synagoge des satans.

De afvalligen die wij destijds in de eigen gemeente bezig hebben gezien, kregen het niet voor elkaar om het roer in de gemeente over te nemen, waarna zij hun eigen gemeente (lees: “synagoge des satans”) opstartten. Men bleek daar al gauw ten prooi te vallen aan nog diverse andere leringen van boze geesten. Waaronder de leugen dat Jezus Christus niet de eniggeboren Zoon van God van voor de grondlegging der wereld zou zijn maar wel een rechtvaardig mens. Ook deze oude leugen werd dus weer eens door de satan van stal gehaald want al tijdens de prediking van de apostelen stak deze dwaalleer telkens weer de kop op. In onze dagen vinden we deze misleiding terug in wat wij nu kennen als de “New” Age.
De bijbel laat echter duidelijk weten dat wie iets dergelijks beweert in dienst van de satan staat. Dit wordt door de apostel Johannes als volgt verwoord in 1 Joh. 4:2-3: “Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld”. Dat is slecht nieuws voor de afvalligen die deze leugen verkondigen. Ik heb echter weinig hoop dat dit slechte nieuws hun verharde hart alsnog zal veranderen, vanwege mijn ervaringen met het voortschrijdende, geestelijke verval dat ik destijds bij deze mensen heb waargenomen. Want wie zich daar alsnog van zou willen bekeren zal heel diep door het stof moeten kruipen. Een dergelijke ontluistering is voor iedere hoogmoedige zondaar een vrijwel onneembare hindernis.

Tijdens Jezus' aanwezigheid op deze wereld werd Hij geregeld geconfronteerd met de oversten van het volk Israël, de Farizeeën en hun soortgenoten. Zij zochten uitsluitend hun eigen eer. Zij wisten wie Jezus was want in Joh. 12:42-43 wordt ons namelijk gemeld: “En toch geloofden zelfs uit de oversten velen in Hem, maar ter wille van de Farizeeën kwamen zij er niet voor uit, om niet uit de synagoge te worden gebannen; want zij waren gesteld op de eer der mensen, meer dan op de eer van God”. Desondanks wilden ze Jezus keer op keer doden als Hij God Zijn Vader noemde. Dat lezen we in Johannes 5:18: “Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde”. Ook in onze tijd lopen er dus weer van dit soort godloochenaars rond die onder het mom van het “volle evangelie” de godheid van Jezus niet willen aanvaarden. In 1 Joh. 2:22 rukt Johannes deze godloochenaars het masker af: “Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist...”. Wie dus iets dergelijks verkondigt spreekt namens de geest van de antichrist. Ook al leert men nog dat Jezus de Christus is, dan nog heeft men door het loochenen van Zijn afkomst de identiteit van Jezus Christus compleet uitgehold. En waar dat gebeurt is een gemeente geen gemeente meer maar een rovershol, een synagoge des satans.

 

Latter Rain Movement/Manifest Sons of God.

Het geestelijke verval dat ik destijds in de eigen gemeente moest aanschouwen maakte mij al in een vroeg stadium duidelijk dat het compleet doortrokken was met hoogmoed en grootheidswaanzin. Beweringen als: “Wij zijn al verder dan Paulus”, “Wij zijn verder dan de bijbel” en meer van dergelijke uitspraken waren overigens niet moeilijk te ontmaskeren: je kon er dwars doorheen kijken. De hoogmoed droop er bovendien van af. Het hing als het ware al jaren tevoren in de lucht dat deze grootheidswaanzin totaal uit de hand zou gaan lopen. En inderdaad: de tijd heeft het ondertussen allemaal bevestigd.
We moeten verder vaststellen dat ook in de rest van de wereld ditzelfde bederf al zijn (tien)duizenden heeft verslagen. In Amerika is bijvoorbeeld als sinds de jaren 1940 een dergelijk bederf bekend onder de naam: Latter Rain Movement en de daaruit voortgekomen Manifest Sons of God. Daarover lezend knetteren de meest fantastische grote daden, wonderen, tekenen en beloften je tegemoet. Samengevat komen deze dwalingen er op neer dat er onbijbelse fantasieën worden toegevoegd aan wat de bijbel ons vertelt. En wat torent boven dat alles uit? Inderdaad: hoogmoed en grootheidswaanzin. Het is weer hetzelfde verhaal van het onkruid in de akker. Er is echter één kenmerk waaraan de echte discipelen van Jezus altijd herkend kunnen worden en dat is hun nederigheid. Die nederigheid is des te eenvoudiger te herkennen wanneer men als maatstaf hanteert wat Jezus erover zei in Johannes 7:18, waar Hij zegt: “Wie uit zichzelf spreekt, zoekt zijn eigen eer, maar wie de eer zoekt van zijn zender, die is waar en er is geen onrecht in hem”.

Weg met het kruis.

Het probleem van deze afvalligen is dat er een (kruisvormig) prijskaartje aan het evangelie van Jezus hangt en deze huurlingen willen de volle prijs daar niet voor betalen. Die onwil wordt aan het zicht onttrokken met de leuze dat het kruis een “gepasseerd station” is, wat een opvallend sluwe manier is om te maskeren dat men feitelijk voor de weg van de minste weerstand heeft gekozen! Als mensen willens en wetens deze leugens achterna lopen zijn ze de grote stad Babylon weer ingetrokken. En dit Babylon wordt in de bijbel de grote hoer genoemd. Deze hoer heeft vriendschap gesloten met de vijand van God (Openbaring 17:1-18). Conclusie: de afvalligen die zijn voortgekomen uit het “volle evangelie” zijn gevallen voor de god van de “New age”, de geest van de antichrist, die in Openbaring 13 ook genoemd wordt: het beest uit de zee. Het is te hopen dat bij de oprechten in deze (volle evangelie) kringen de ogen nog open mogen gaan zodat ook zij aan Jezus' oproep gehoor zullen geven om uit het geestelijke Babylon weg te trekken, voordat de satan de kans krijgt om met al deze schijnheiligheid voorgoed af te rekenen.

 

“Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat”.

Als Jezus zelf het voorbeeld gaf en het lijden aanvaardde zal ieder kind van God dat Jezus wil volgen de smart en de vernedering moeten aanvaarden. Dat werd namelijk door Jezus aan Zijn discipelen duidelijk gemaakt in Joh. 15:20, waar Hij zei: “Gedenkt het woord, dat Ik tot u gesproken heb: Een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen....” Dat er inderdaad mensen zijn die dit kruis hebben aanvaard vinden we terug in Openbaring 14:4 waar van de zonen Gods wordt gezegd: “Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat”. Waar ging het Lam Gods naar toe? Was dat niet naar Gethsémane en Golgotha? Ook de zonen Gods zullen in hun leven een Gethsémane en een Golgotha kennen en dat is absoluut dodelijk. Tenminste, voor hun oude mens. Want die oude mens, hun zondige natuur, zal plaats moeten maken voor de volmaakte mens waar God op wacht. In Openbaring 12:11 wordt van hen gezegd: “en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”. Uiteraard zal daar die bereidheid moeten zijn om, als het zo mocht lopen, dit natuurlijke leven op te geven en te sterven voor de zaak van Christus. Veel pijnlijker en veel moeizamer is het echter om het oude leven en die oude mens te laten afsterven. Juist daarom vluchten veel kinderen Gods in wie weet hoeveel hoeken en gaten om hier maar aan te kunnen ontkomen. Omdat die prijs hen te hoog is. Na Zijn opstanding kreeg Jezus de macht om het verlossingsplan van Zijn Vader uit te werken. Hij wacht nu op die kinderen Gods die niet alleen genoegen nemen met het feit dat ze behouden zijn maar ook bereid zijn om dat kruis op zich te nemen, de schande niet achtende, en in de voetsporen van Jezus willen treden.

 

Er vindt een schifting plaats.

Het is niet zo moeilijk te begrijpen waarom het de satan er alles aan gelegen is om het evangelie over de zonen Gods weg te stoppen, om er een mysterie van te maken. In deze eindtijd heeft hij er daarom allerlei misleidende verzinsels voor in de plaats laten komen zoals de “opname van de gemeente” waarbij de gelovigen van de aarde zouden worden weggenomen voordat de grote verdrukking begint. Er is in de bijbel inderdaad sprake van een opname. Paulus heeft het daarover in 1 Cor. 15:51. Daar wordt echter door Paulus geschreven over het moment waarop de zonen Gods hun onsterfelijke lichaam zullen ontvangen waarna de grote eindstrijd aanbreekt. Er is in de bijbel echter ook sprake van een nacht waarin niemand werken kan. Dat houdt in dat tijdens die nacht geen mens op deze wereld nog zal openstaan voor het evangelie. Jezus spreekt daarover in Joh. 9:4. Dat is de donkere periode waarin de wetteloosheid in deze wereld zijn maximum bereikt. Nergens in de bijbel wordt echter gemeld dat de zonen Gods gespaard zullen blijven voor verdrukking en vervolging. Ik moet, dit schrijvend, weer terugdenken aan die jaren waarin ik broeders en zusters meemaakte die het liefst met de staart tussen de poten wegvluchtten zodra het onderwerp geestelijke strijd aan de orde kwam. Dat in de kringen van deze lafhartigen de genoemde opnametheorie graag gehoord werd zat er dik in. De bijbel is er echter duidelijk over dat ons het lijden en de vervolgingen niet bespaard zullen blijven. Dus op welk moment de zonen Gods de aarde ook maar zullen mogen verlaten, het kruis van het lijden hebben zij sowieso in hun leven gekend. Er valt niet aan te ontkomen. Het hopen op een opname vóór een periode van veel vervolging komt voort uit een hart dat de geestelijke strijd en de vervolging schuwt. De noodzaak van die geestelijke strijd is nou precies dat waarvan Jezus Zijn discipelen wilde overtuigen. De hoop dat men desondanks voor de grote klap het strijdtoneel mag verlaten is opnieuw het zoeken naar de weg van de minste weerstand. Het is een illusie om te denken dat de satan uiteindelijk uit zichzelf zijn macht zal afstaan als overste van deze wereld. Integendeel, daar zal een felle strijd aan vooraf gaan. Die strjd zal zich niet op deze aarde afspelen maar in de geestelijke wereld. De satan en zijn boze geesten leven in de geestelijke wereld. Zij zijn dan ook geestelijke wezens. De satan kan daarom niet met natuurlijke wapens worden bestreden. Dat gaat beslist niet lukken met zwaarden of stokken en zelfs niet met kernwapens. De eindstrijd wordt in Openb. 19:19 genoemd: “En ik zag het beest en de koningen der aarde en hun legerscharen verzameld om de oorlog te voeren tegen Hem, die op het paard zat, en tegen zijn leger.”

Maar voor het zover is vindt er een schiftingsproces plaats. Daar heeft onze God zelf de hand in. In het voorgaande zijn al enkele misleidingen en leringen van boze geesten aan de orde geweest. Het moge raar klinken maar die worden door God gebruikt. Zo kunnen wij lezen in Spreuken 16:4: “De Here heeft alles gemaakt voor zijn doel, ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads.” Niet dat Hij die goddeloze zo heeft gemaakt maar diens boze daden laat God wel medewerken ten goede. Wat wij destijds in de eigen gemeente zagen gebeuren en wat hierboven al is beschreven had hier duidelijk mee te maken. Wij waren er getuige van. Dat deze schifting er aan zat te komen werd overigens in het Oude Testament al voorspeld. In Richteren 7 lezen we over Gideon die de opdracht kreeg om de binnengevallen Midianieten het land uit te gooien. Daar ging echter een strenge selectieprocedure aan vooraf zodat die arme Gideon van de 32.000 man die aanvankelijk met hem optrokken om de Midianieten te verslaan slechts 300 overhield! Ondanks dat Gideon aanvankelijk nog met schrik in de benen rondliep vanwege dat handjevol mensen dat hij overhield bleek de strijd goed af te lopen!

 

De afloop.

In Openbaring 19:19 wordt beschreven hoe het met de “wereldleraar” (de antichrist) afloopt. Er staat dat dit beest en de koningen der aarde en hun legerscharen oorlog voeren tegen Hem, die op het paard zit, en tegen Zijn leger. Dit zijn Jezus met de zonen Gods. Als na deze eindstrijd in het geestelijke Armageddon tegen deze occulte antichrist en zijn occulte volgelingen de overwinning is behaald zullen de zonen Gods samen met Jezus Christus in hun onvergankelijke opstandingslichaam als koningen heersen in het duizendjarige vrederijk. (Openb. 20:4). In Daniël 12:3 worden dezen genoemd als de verstandigen die zullen stralen als de glans van het uitspansel voor eeuwig en altoos. Tijdens het duizendjarige vrederijk zullen zij bezig zijn om de vernielde en zwaar beschadigde schepping weer te herstellen totdat de (ver)nieuw(d)e aarde een feit zal zijn. Vandaar dat Paulus in Rom. 8:19 verzuchtte: “Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen Gods”. En in Rom. 8:22: “Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is”. Het is dus zo dat deze schepping voor de verlossing uit de overheersing van de overste van deze wereld, afhankelijk is van de zonen Gods.

Anders gezegd: zonder hen wil God aan de heerschappij van satan geen einde maken. Zij, die aan Jezus gelijkvormig zijn geworden, die de vernederingen en het lijden hebben aanvaard als een goed soldaat (2 Tim. 2:3) en daaruit de nederigheid hebben geleerd om daarna door God verhoogd te worden. Of zoals Paulus het beschrijft in 1 Cor. 1:27-30: “en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat (voor de wereld) sterk is te beschamen”. In Jac. 1:18 worden zij de eerstelingen (“eerstelingsvrucht” volgens de grondtekst) onder Gods schepselen genoemd. Zij die in deze wereld geen aanzien hebben zullen na de eindstrijd met Jezus als koningen heersen in het duizendjarige vrederijk en tot in eeuwigheid. Jezus zei van Zichzelf dat Hij niet was gekomen om Zich te laten dienen maar om te dienen. Dat is de gezindheid van God en Hij wil dat dit aan de mensheid bekend zal worden. Hij wil graag gekend worden als de God die Hij in werkelijkheid is. De God die sinds de val van de mens de smaad heeft moeten verdragen die een verleugende mensheid Hem aandeed, die heeft moeten toezien hoe de engel van het licht, die in Zijn nabijheid verbleef, Hem verraadde en de macht die hij van God had gekregen misbruikte om van deze wereld een rovershol te maken. Als dienende geest had satan het recht om zich tot deze wereld toegang te verschaffen. Omdat God Zichzelf niet kan verloochenen en daarom op Zijn genomen besluiten en principes nooit terug komt, wat de satan heel goed wist, moest God er getuige van zijn dat de satan het eerste mensenpaar tot zonde verleidde en hen daardoor van hun Schepper vervreemde. De satan wist in zijn sluwheid precies tot hoever hij kon gaan en was daardoor in staat om de mens te benaderen. Met de ondertussen overbekende gevolgen: opnieuw verraad. We kunnen rustig stellen dat sindsdien de satan en zijn complete demonentroep om die reden triomfantelijk de spot hebben gedreven met de Schepper in de waan dat ze Hem te slim af waren. Dit hele drama van verraad herhaalde zich toen de Zoon van God door Zijn eigen discipel Judas werd verraden. Alleen luidde dat verraad de definitieve ondergang van satans rijk in. Jezus kwam naar deze wereld om de mens van de satan terug te kopen. Daarin slaagde Hij, wat de satan niet had verwacht. “En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.” lezen we in 1 Cor. 2:8. De satan werd zo zelf te schande gemaakt. Dat vinden wij in Colossenzen 2:15: “Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.”

 

Wat de bijbel ons leert over de zonen Gods.

Voor wie zich nu nog afvraagt wat de bijbel ons leert over de zonen Gods heb ik een aantal van de betreffende bijbelteksten op een rij gezet. Dus voor wie nog meent zijn toevlucht te kunnen nemen tot de dogma's en valse leringen van het geestelijke Babylon om zodoende te kunnen ontwijken wat de bijbel ons hierover te vertellen heeft is het raadzaam de nu volgende opsomming eens onder ogen te zien. Ik heb er telkens tussen haakjes commentaar aan toegevoegd.

 
 

Conclusie.

Het is bijzonder aan te bevelen dat de lezer eerst eens bij zichzelf te rade gaat in plaats van met een gebalde vuist naar die personen te staan wijzen die man en paard durven te noemen. Als zelfs Jezus Zijn vijanden terecht uitmaakte voor huichelaars en adderengebroed zoals Hij dat deed in Matth. 23:1-39, ontkomen wij er ook niet aan om, uit bewogenheid voor deze zuchtende schepping, duidelijke taal te spreken of te schrijven. Daarvan is ook deze pagina het resultaat.
Als kinderen Gods tegen het eind van ieder jaar weer plichtsgetrouw staan te zingen over “vrede op aarde” maar diep in hun hart het evangelie van Jezus, over de noodzaak van het opgroeien tot zonen Gods, bij het grof vuil hebben gezet zal die vrede op aarde een bedrieglijke droom blijven en geldt voor hen de waarschuwing: “Wat noemt gij mij Here, Here en doet niet wat ik zeg?” Van mensen die een religie aanhangen zal deze wereld niet beter worden, wel van hen die een levende relatie met Jezus Christus hebben. Juist omdat het daar bij massa's kinderen Gods aan ontbreekt zijn er in ons arrogante Nederlandje zo gigantisch veel denominaties. Men meent het keer op keer beter te weten dan God zelf. Ik hoorde ooit eens iemand zichzelf afvragen: “Als zij dan allemaal dezelfde bijbel hebben, waarom zijn er dan zoveel verschillende kerken en samenkomsten?” Een schot in de roos, én een vraag die christelijk Nederland zichzelf geregeld zou moeten stellen.

Men moet zich ook realiseren dat een evangelie dat niet overeenkomt met wat Jezus aan Zijn discipelen leerde geen evangelie is maar een slap afgietsel. Een slap verhaal waar Jezus geen boodschap aan heeft. Daarvoor kwam Hij niet naar deze wereld. Als een mens mag weten dat hij het eeuwige leven heeft ontvangen is dat mooi en goed maar niet goed genoeg voor God. Jezus kwam naar deze wereld om door Zijn lijden de eerste te worden onder vele broeders (m/v) en dat zijn geen zondaren maar mensen die aan Hem gelijkvormig zijn geworden (Rom. 8:29). De profeet Ezechiël zag dit in een visioen waarin hij de hopeloze toestand van het geestelijke Israël zag (Ez. 37:1-14). Het wordt hoog tijd dat al die dorre doodsbeenderen tot leven komen en tot zonen Gods zullen worden.

Tot slot: in Jes. 43:13 kunnen we lezen dat God zegt: “Ik werk, en wie zal het keren?” Dit betekent dat het mysterie van de zonen Gods toch zal uitlopen op de openbaring van de zonen Gods en uiteindelijk de antichrist en zijn aanhangers uitgeroeid zullen worden en de overste van deze wereld zijn plaats zal moeten afstaan aan Jezus Christus zodat Hij samen met de zonen Gods kan beginnen met het herstel van de schepping. Dan zal de Zon der gerechtigheid na een hele lange nacht weer opgaan over deze wereld.

De uitroeiing van het kwaad en de wetteloosheid wordt treffend beschreven in Maleachi 4:1-3: “Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken (zegt de Here der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten. Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal. Gij zult de goddelozen vertreden, want tot stof zullen zij zijn onder uw voetzolen op de dag die Ik bereiden zal, zegt de Here der heerscharen”.

 

De zon der gerechtigheid gaat weer op over deze wereld. Als afsluiting nog even iets anders: de afbeelding van de wereldbol die je hiernaast ziet heb ik in het jaar 2000 gemaakt. Mijn kennis van de computer was destijds nog zeer beperkt, maar het resultaat viel me desondanks niet tegen. Ik probeerde er mee uit te beelden hoe ik de situatie zie van deze, in geestelijke duisternis gehulde, wereld. Een situatie die door de overheersing van de satan een uitzichtloze situatie is van veel ellende en lijden. Maar waarin door Jezus' komst en menswording verandering is gekomen, vandaar de lichtbron. Deze lichtbron beeldt uit wat in Jesaja 9:2 staat te lezen: “Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een licht”. Nadat deze afbeelding af was vatte ik al kijkend naar het uiteindelijke resultaat het idee op om met een eigen website te beginnen. En daar is het dus allemaal mee begonnen. Misschien leuk om te weten.?

 
Spreuk:
Het grote probleem van het Protestantisme is dat de navelstreng met Rome nooit is doorgeknipt.

P.S.
Mocht je de inhoud van deze pagina op een meer conventionele manier onder de aandacht van andere belangstellenden willen brengen, wees dan zo vrij en print deze pagina. Of wellicht blijf je liever de digitale weg bewandelen maar dan wel in een andere taal. In dat geval kun je (een deel van) deze pagina laten vertalen op https://translate.google.com waar je de gewenste taal kunt uitkiezen. Echter: controleer wel het resultaat want de techniek van het online vertalen is ondertussen weliswaar sterk verbeterd maar nog zeker niet volmaakt.

Bronvermelding