nod   nod
13px 14px 15px 16px 17px 18px  

 De oorlog is nog niet voorbij.

Inleiding.
“En er zijn nog veel andere dingen die Jezus gedaan heeft. Als die ieder afzonderlijk beschreven zouden worden, dan zou, denk ik, de wereld zelf de geschreven boeken niet kunnen bevatten” schreef de apostel Johannes ooit, zoals we kunnen lezen in Joh. 21:25. Dat laatste zou inderdaad niet echt praktisch zijn geweest maar toch had de apostel er van mij wel minstens één (dik) boek over mogen volschrijven. Sindsdien is er desondanks een stortvloed aan boeken geschreven die min of meer het evangelie van het Koninkrijk Gods weergeven. Zoals te verwachten was is lang niet alles daarvan ook werkelijk zuiver evangelie. Populair gezegd: er wordt aangaande religieuze zaken heel wat raak geleuterd. Ik heb destijds echt goede boeken gelezen, boeken waarvan de schrijvers zich oprecht hadden ingespannen om de boodschap van het evangelie onvervalst weer te geven. Voor zover ik heb kunnen achterhalen zijn er van al die boeken maar weinigen waarin op een simpele wijze wordt uitgelegd wat er van die oorlog in de geestelijke wereld in het dagelijks leven is te merken, hoe ze is te herkennen en hoe er op gereageerd moet worden. Vandaar dat ik het besluit nam om daar ook speciale aandacht aan te besteden. Ik schrijf hoofdzakelijk vanuit een kleine veertig jaar ervaring over de realiteit van de geestelijke oorlog, ook wel de geestelijke strijd genoemd. In de kringen waarin ik destijds ben opgegroeid werd deze oorlog ook aangeduid als “de strijd in de hemelse gewesten”. Deze laatste benaming heeft ondertussen al flink wat religieuzen bloednerveus gemaakt. Wat overigens alleen maar bevestigt dat de personen in kwestie iets te verbergen hebben. En dat komt nogal eens voor.
Om het zo overzichtelijk en zo begrijpelijk mogelijk te houden heb ik het geheel in vier delen opgesplitst, namelijk:
  1. Een inleidende omschrijving van de geestelijke strijd.
  2. Beschrijving van de diverse manieren waarop de boze geesten te werk gaan.
  3. Wat merken wij ervan in het dagelijks leven en hoe herkennen wij het werk van boze geesten.
  4. Hoe gaan we in de tegenaanval. Gods voorbereidingen voor de laatste slag.
 

1. De geestelijke strijd is onvermijdelijk.

Geestelijke strijd. De bijbel staat er vol mee. Omdat de bijbel een boek is dat gaat over de geestelijke werkelijkheid. Die werkelijkheid houdt onder meer in dat die geestelijke strijd zich naar deze wereld heeft verplaatst. In de eerste hoofdstukken van Genesis staat dit al te lezen. De satan kreeg het daar voor elkaar om de mens mee te sleuren in zijn ongehoorzaamheid tegenover de Schepper. We leven nu in een tijd dat het hem ook is gelukt om de grote meerderheid van wat zichzelf christendom noemt niet te laten geloven in de absolute noodzaak om de geestelijke wapens op te nemen in de geestelijke strijd tegen de horden boze geesten die deze wereld terroriseren.
Voorbeelden daarvan zie ik weer voorbij trekken als ik terugdenk aan de reacties in de voorbije jaren van “broeders en zusters” die bij het horen over de realiteit van de geestelijke strijd woedend lieten blijken van een geestelijke strijd niets te willen weten. Waarbij de opvallende tegenstrijdigheid was dat terwijl zij zich verzetten tegen het onvermijdelijke van die geestelijke strijd, zij gelijktijdig zelf de strijd aangingen met hen die hen daar op wezen. Zoals dat zo vaak gebeurt verraadden de boze geesten die door deze ongehoorzamen heen werkten hun aanwezigheid. De strijdlust die werd gevoed door de angst van deze demonen om ontmaskerd te worden en verdreven te worden van hun in bezit genomen terrein zei al genoeg.

Ik ben destijds opgegroeid in een gemeente waar men zich ervan bewust was dat de boodschap van het evangelie ook inhoudt dat wij met een grimmige vijand te maken hebben en dat daarom de strijd tegen die vijand onvermijdelijk is. Het hele Nieuwe Testament staat vol met waarschuwingen, aanwijzingen en vermaningen die ons duidelijk maken dat wij tegenover een demonisch leger staan dat voortdurend bezig is onze zwakke plekken op te zoeken en uit te buiten. Het overbekende Efeze 6:12 is hierover duidelijk genoeg en omdat deze bijbeltekst steevast wordt aangehaald wanneer het gaat over de geestelijke strijd kan ik natuurlijk niet achterblijven, dus hier komt ie dan: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de machthebbers van de wereld, van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke boosheden in de lucht”.
Vreemd, het staat hier toch echt en toch.... is verreweg het grootste deel van wat zichzelf “christendom” noemt niet van plan om de bijbel op dit punt serieus te nemen. Met een verstoktheid en een huichelachtigheid die mij vele keren heeft verbijsterd leeft men voort alsof de duivel van plastic is of slechts een vage fantasie van bijbelschrijvers die zich teveel lieten meeslepen door de mythen van de heidense religies. Het beeld dat mij voor ogen komt als ik terugdenk aan de jaren waarin mijn eigen vader voorganger was, is de weerstand die hij meer dan eens ondervond als het onderwerp: “geestelijke strijd” op tafel lag. Het schizofrene gedrag van hen die nijdig lieten blijken daar niets over te willen horen kwam, zoals ik zojuist al even heb aangehaald, tot uiting in het feit dat juist op die momenten de geestelijke oorlog losbarstte. Het geestelijke klimaat dat dergelijke uitbarstingen begeleidde vergeet je nooit weer. Juist dan werd duidelijk dat de meeste “kinderen Gods” in hun afkeer van deze realiteit een zelfde gespleten gedrag vertoonden als bijvoorbeeld anti abortus activisten die in hun “strijd voor het leven” abortusklinieken in brand steken of zelfs aborteurs doden. Reken er op dat zij er vast van overtuigd zijn dat ze namens God handelen.
De keiharde realiteit is echter dat dit soort figuren en ook de “broeders en zusters” die zich verzetten tegen het onvermijdelijke van een geestelijke strijd betoverd zijn. Precies zoals de apostel Paulus dit die hardleerse Galaten verweet in Galaten 3:1: “O dwaze Galaten, wie heeft u betoverd, om de waarheid niet te gehoorzamen; u voor wie Jezus Christus eerder voor ogen is geschilderd alsof Hij onder u gekruisigd was?” Het is daarom doodordinaire ongehoorzaamheid aan de waarheid van het evangelie. Het niet willen weten van een geestelijke strijd is juist het bewijs dat deze ongehoorzamen die strijd al verloren hebben. En dat zal zo blijven zolang men niet wil erkennen dat die strijd onvermijdelijk is. Onvermijdelijk omdat de boze geesten en met name de vrome leergeesten die door de satan er op uit zijn gestuurd om te misleiden, om te verleiden tot zonde en om te misleiden, onafgebroken zoeken naar gaten in onze verdediging.

 

De satan is nog geen verslagen vijand.

Wie dus met de neus in de hoogte huichelachtig al de bijbelse waarschuwingen voor deze onafgebroken dreiging weghoont is al (voor een deel) in de klauwen van de tegenstander teruggekeerd. Met als gevolg dat hij of zij zich maar al te makkelijk door de woedende leugengeesten laat gebruiken zonder het zelf te beseffen. En vervolgens als spreekbuis wordt gebruikt door diezelfde satan van wie men meent dat hij een “verslagen vijand” is. Dat laatste is echter absoluut niet het geval. Kijk om je heen in deze wereld en zie wat de legers van de satan nog steeds teweeg brengen aan ellende, wetteloosheid, zonden, ziekten, oorlogen, natuurrampen enz. enz. In tegenstelling tot wat ik nogal eens heb horen beweren is de satan dan ook geen verslagen vijand!
Het is inderdaad waar dat Jezus de duivelse legioenen op Golgotha heeft weerstaan en gehoorzaam was tot de dood. Daarover schreef de apostel Paulus in Col. 2:15: “Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die in het openbaar tentoongesteld en daardoor over hen getriomfeerd”. Dat was een persoonlijke overwinning van Jezus op de satan en dat gaf Jezus het recht om het Koninkrijk Gods opnieuw op deze aarde te vestigen. Maar nu.... nu zijn wij aan de beurt. In de eerste plaats om het Koninkrijk Gods op deze aarde verder uit te breiden zodat dit Koninkrijk uiteindelijk het rijk van de satan zal vernietigen. Precies zoals we dat in Dan. 2:44 zien staan: “Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid”. Dit is nu nog allemaal toekomstmuziek. Dus ook al was Jezus' overwinning op Golgotha over de satan en zijn legers een keerpunt in de geschiedenis, de uiteindelijk en totale vernietiging van het rijk van de satan is nog in volle gang. Pas als deze nietswaardige met al zijn onderdanen en met al de goddelozen in de poel van vuur en zwavel zal zijn geworpen is hij een verslagen vijand en is er van zijn macht niets meer over. Een verslagen vijand is namelijk, mocht je dit nog steeds niet doorhebben, een vijand die niets meer kan uitrichten.
Wij hoeven maar te letten op wat de apostel Petrus hierover schreef om te gaan beseffen dat alleen een dode leeuw een verslagen leeuw is. Die leeuw is nu nog allesbehalve dood, zo blijkt uit Petrus' woorden in 1 Petrus 5:8: “Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden” (NBG 1951). De waarschuwing: “wordt nuchter en waakzaam” duidt eigenlijk al aan dat deze waarschuwing nodig is omdat er kinderen Gods zijn die beslist niet waakzaam zijn. Zij hebben zich laten wijsmaken dat zij van de satan (die “verslagen vijand”) vrijwel niets meer te vrezen hebben “omdat Jezus hem heeft overwonnen”. Het eerste dat men doet als deze misleiding wordt geloofd, is de geestelijke wapenrusting bij het grof vuil zetten. En dat is nu precies wat de satan maar al te graag ziet gebeuren.

 

“Zie ik overal duveltjes??”

Ik hoorde ooit een voorganger vertellen dat hem door geestelijk verblinde broeders en zusters eens spottend het verwijt voor de voeten werd geworpen dat hij “overal duveltjes zag”. Waarop hij had gereageerd met de opmerking: “Zie ik overal duveltjes?? Ik zie er nog veel te weinig!!” Deze rake uitspraak is me sindsdien bijgebleven en meer dan eens bleek maar weer hoe waar dit was. Boze geesten zijn namelijk meesters in het zich verschuilen achter de meest uiteenlopende en onverwachte misleidingen. Zij maken gebruik van omstandigheden en van mensen, ook van hen van wie je het niet zou verwachten. De succesvolste manier voor de boze geesten om onopgemerkt te kunnen misleiden en te infiltreren is gebruik te maken van de meest onwaarschijnlijke dekmantels. Kijken we rond in de wereld dan zien we daar bijvoorbeeld heel wat “grote namen” rondlopen op het evangelische erf. Namen waarvan ik bij enkelen (op andere pagina's van deze website) al eens het masker heb afgerukt. Een masker dat zo echt, zo oprecht en zo geloofwaardig lijkt dat de grote bulk van de christenheid absoluut niet door heeft dat de satan overal zijn handlangers binnen heeft laten dringen. Met als gevolg dat vele kansels, spreekstoelen en katheders geregeld worden gebruikt door deze spreekbuizen van de hel.
Dit schrijvende komt mij het voorbeeld weer in gedachten van een vrouw die getrouwd was met een man die achteraf een Roomse priester bleek te zijn. Geregeld was hij maandenlang van huis totdat ze er uiteindelijk achter kwam dat hij in dienst van Rome stond. In een vlaag van arrogantie liet deze man zich eens ontvallen: “Wij (de RK kerk) leiden en besturen alle kerken”. En met die kerken bedoelde hij ook alle Protestantse kerken, inclusief al het andere dat zich binnen dat Protestantse christendom, in wat voor vorm dan ook, met religieuze zaken bezighoudt. Zelf heb ik destijds ook onder het gehoor gezeten van dergelijke valse leraars. Omdat ik al van jongs af aan scherp lette op eventuele signalen die door de personen in kwestie in de geestelijke wereld werden uitgezonden ben ik bewaard gebleven voor het kritiekloos achternalopen van hun misleidingen. Van dergelijke wolven in schaapsvacht lopen er heel wat rond maar voor hen die compromisloos de bijbel als maatstaf blijven gebruiken zijn ze vrij makkelijk te herkennen. Want voor deze bijbelgetrouwen is het nog altijd waar dat ze wolven in een schaapsvacht altijd herkennen aan hun slecht zittende vacht en aan hun afwijkende pas. Desondanks is hun vermomming zo doeltreffend dat de grote massa zich gewillig laat misleiden door telkens weer nieuwe speeltjes uit de trukendoos van de satan. En of een dergelijk speeltje nu “een doelgericht leven” wordt genoemd of een “secret”, voor wie de moeite niet wil nemen om gehoorzaam het Woord van God te bestuderen zijn het stuk voor stuk gegarandeerd geestelijke struikelblokken: made in hell.
Conclusie: hoe meer “duveltjes” wij zien, des te minder deze demonen onopgemerkt en ongestraft hun strijd kunnen voeren.

In Lucas 22:31-32 zegt Jezus tegen Zijn discipelen: “Simon, Simon, zie, de satan heeft u allen opgeëist om te ziften als de tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoudt. En u, als u eens bekeerd bent, versterk dan uw broeders”. Toen Jezus dit tegen hen zei misten de discipelen nog het geestelijke inzicht om het vernietigende werk van de boze geesten te kunnen onderscheiden en daarom nam Jezus het voor hen op en bond voor hen de strijd aan tegen de leugengeesten van de satan. Na hun bekering en nadat zij de Heilige Geest hadden ontvangen konden zij die strijd zelf voeren. Massa's kinderen Gods zijn daar nog steeds niet toe in staat met als gevolg dat zij zich door hun onzichtbare vijanden hebben laten ziften als de tarwe. Het resultaat nu is een tot op de ruggengraat verdeeld christendom waarbinnen een stortvloed aan denominaties al deze christenen tot een makkelijke prooi voor de vrome leergeesten van de satan heeft gemaakt zodat er telkens weer nieuwe afsplitsingen ontstaan binnen al bestaande denominaties. Het ziften is in volle gang waardoor dit verdeelde christendom door de satan is ingelijfd bij het geestelijke Babylon, de valse kerk. Deze valse kerk is nu een vijand van de hedendaagse discipelen van Jezus.

Samengevat: Hoewel veel kinderen Gods liever weglopen voor de geestelijke strijd leven wij in een wereld die nu nog het domein is van boze geesten, in dienst van de satan, en deze geesten sparen ons beslist niet. Wie negeert wat Gods Woord hierover zegt is een makkelijke prooi van deze demonen. Na Jezus' overwinning over de satan en zijn legers zijn wij nu aan de beurt om het Koninkrijk Gods verder uit te breiden zodat uiteindelijk het rijk van de satan vernietigd zal worden.

 

2. Een strijd op vele fronten.

Bij het voeren van een oorlog zijn altijd minstens twee strijdende partijen betrokken. Ook in de geestelijke oorlog staan er twee legers tegenover elkaar. Het ene is het leger van de satan, dat ondertussen al behoorlijk wat ervaring heeft opgedaan sinds de eerste mens door de zonde werd onderworpen aan de macht van de satan, die zichzelf sindsdien de overste van deze wereld mocht noemen. Het andere leger is nog “in aanbouw”, namelijk vanaf het moment dat Jezus na Zijn overwinning op Golgotha het Koninkrijk Gods (opnieuw) op deze aarde vestigde. Zijn volgelingen kregen vervolgens de opdracht om eerst te wachten op de komst van de Heilige Geest waarna er van hen en hun opvolgers wordt verwacht het evangelie van het Koninkrijk Gods bekend te maken aan alle volken. Over dit leger in aanbouw later meer. Dat de satan sindsdien met alle middelen die hem ter beschikking staan bezig is geweest de uitbreiding van Gods Koninkrijk op deze aarde te verhinderen zal geen verbazing wekken. In 2 Cor. 11:23-27 somt de apostel Paulus op wat hij allemaal had moeten doorstaan vanwege zijn vele inspanningen om het evangelie onder de heidenen bekend te maken. Vanwege deze voortrekkersrol stond hij ergens vooraan aan de frontlijn. Voortdurend betrad hij vijandelijk terrein en stichtte daar nieuwe gemeenten. Met als gevolg dat de legers van de satan hem onafgebroken schuwden maar ook tegenwerkten. In Paulus' opsomming komen we o.a. tegen: gevangenschap, geseling, steniging, doodsgevaar, schipbreuk, honger, dorst, koude, vele nachten zonder slaap en (let op!) gevaar door valse broeders.

Wat dat laatste betreft: het hiervoor in de grondtekst door Paulus gebruikte woord kan ook worden vertaald met leugenbroeders. Dit maakt meteen duidelijk dat de satanische tegenwerking niet alleen maar verwacht kan worden van hen die zich duidelijk zichtbaar als vijanden van het evangelie gedragen maar ook (en dit zijn de gevaarlijksten!) van hen die zich gedragen als broeders, maar het niet (meer) zijn. Dit is het soort vijanden van Christus waar ik zelf het meest mee te maken heb gehad. Het gaat hier om mensen die of ooit goed zijn begonnen maar afvallig zijn geworden of om mensen die een gemeente zijn binnengedrongen met het doel de gemeente in kwestie van binnenuit te verwoesten. Dat ze voor dit doel eerst een geschikt masker van de satan in ontvangst hebben genomen hoeft hier eigenlijk niet vermeld te worden maar voor de volledigheid noem ik dit toch maar even. Te vaak heb ik al vast moeten stellen dat kinderen Gods dit niet willen weten en als het gebeurt dat je van een dergelijke indringer bekend maakt dat het om een handlanger van de satan gaat dan is ongeloof wel het minste waar je tegenop knalt. Omdat de leugenbroeder voor wie wordt gewaarschuwd ondertussen al een geestelijke ravage heeft aangericht binnen zo'n gemeente. Of binnen meerdere gemeenten. Zo heb ik destijds van nabij mee moeten maken dat ook in de eigen gemeente de bijbel steeds vaker aan de kant werd geveegd waarna men een anti evangelie ging verkondigen. Arrogantie, gekrenkte trots, onbeschoft gedrag, kwaadsprekerij, het passeerde allemaal het strijdtoneel. Als dit alles mij één ding heeft duidelijk gemaakt dan is het wel dit: zodra Gods Woord wordt genegeerd of zodra de betrouwbaarheid ervan wordt weggehoond zijn de gevolgen voor het geestelijke leven rampzalig. Dit is een opvallend doeltreffend wapen in de handen van de satan, met als gevolg:

 

De bijbel in de verdrukking.

Als er iets is dat massa's kinderen Gods krachteloos maakt en tot makkelijke speelballen in de handen van de satan dan is dat een gebrek aan geestelijk inzicht. Het was te verwachten, al was het alleen maar vanwege de toenemende onverschilligheid tegenover de noodzaak om Gods Woord te bestuderen. Om er achter te komen waar de ondermijnende activiteiten van de demonen geestelijke schade veroorzaken. Het is zelfs zo dat waar de bijbel wordt afgedaan als een boek dat we niet zo serieus meer zouden moeten nemen of dat een Oude Testament blijkt te hebben waaruit we 80 procent wel kunnen wegscheuren “omdat wij nu meer weten dan de schrijvers van de bijbel”, de satan zijn grootste slag al heeft gewonnen. Want ook dit is geestelijke strijd: doordat de boze geesten er in slagen het gezag van de bijbel te ondermijnen wordt het geestelijke leven van een kind van God leeggezogen. Diverse broeders en zusters heb ik geestelijk de vernieling in zien gaan nadat zij dergelijke ketterijen achterna gingen lopen. Zodat men zelfs ging beweren: “Wij zijn al verder dan de apostel Paulus”. De arrogantie droop eraf.
Dé manier om kinderen Gods krachteloos te maken zodat zij vervolgens zijn overgeleverd aan de misleidende vrome leergeesten is hen te isoleren van de waarheid. Wanneer leeuwen op jacht zijn en een kudde van hun prooidieren benaderen is hun beste kans van slagen om één enkel exemplaar van de kudde te scheiden zodat dit gemakkelijk kan worden overweldigd en gedood. Wat hier in de natuurlijke wereld gebeurt geeft precies weer hoe ook demonen te werk gaan. God heeft Zichzelf geopenbaard in de bijbel, Zijn waarheid vinden wij in die bijbel en zolang wij daar niet van afwijken staan de horden boze geesten machteloos. Maar zodra het hen lukt om kinderen Gods bij de waarheid van Gods Woord vandaan te slepen vallen er slachtoffers. Waar de bijbel wordt behandeld als een scheurkalender of waar de bijbel ongebruikt stof mag liggen happen hebben de misleidende boze geesten hun zin gekregen. Hun slachtoffers hebben zich bij de waarheid van Gods Woord en daarmee van God zelf laten wegvoeren.

De bijbel is er duidelijk genoeg over dat God de mens heeft geschapen om een zeer persoonlijke omgang met Hem te hebben, dus een levende relatie, en dat die persoonlijke omgang afhankelijk is van de omgang met Gods Heilige Geest. Dat houdt in dat wij onafgebroken open moeten staan voor de aanwijzingen en correcties van Gods Geest. Om ons te kunnen waarschuwen, te vermanen, te bemoedigen of om ons midden in een bepaalde situatie iets duidelijk te kunnen maken maakt Hij meer dan eens gebruik van Zijn Woord. Zodat het voor kan komen dat Hij ons opdraagt om een bepaald hoofdstuk of een bepaalde tekst nauwkeurig te lezen.

Uit eigen ervaring kan ik vertellen dat ik met name in moeilijke omstandigheden werd herinnerd aan bijbelteksten waarvan ik zelfs niet meer wist dat ik ze ooit had gelezen. Dus als ik ze nooit zou hebben gelezen dan had Hij mij er ook niet op kunnen wijzen. Dit bleek telkens weer een bevestiging te zijn van Jezus' belofte in Joh. 14:25-26: “Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb”. Wat Jezus heeft gezegd is het evangelie dat Hij van de Vader had ontvangen: Gods woorden. Die woorden vinden wij terug in Gods Woord, de bijbel. Het is verbazingwekkend hoe bijbelgedeelten kunnen gaan leven als God zelf ons onderwijst en ons dat geestelijke inzicht geeft dat voor de geestelijke strijd onmisbaar is. Omdat Gods Geest zo intensief gebruik maakt van Zijn eigen Woord is dat Woord onvoorstelbaar belangrijk voor het toenemen van het inzicht en de wijsheid waarmee wij die geestelijke strijd kunnen winnen. Wanneer dat Woord wordt verwaarloosd gebeurt precies dat waar we in Hosea 4:6 op worden gewezen: “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis”. Dit gebrek aan kennis is er de oorzaak van dat het inzicht in de geestelijke wereld ver onder de maat is en blijft waardoor diezelfde “duveltjes” waarover men zo spottend spreekt het geestelijke leven van deze spotters systematisch kunnen verwoesten. Onthoud daarom goed: waar het Woord van God in de verdrukking is geraakt heeft de satan al minstens een halve oorlog gewonnen.

 

Ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd.

Ik ontving eens een antwoordbrief van een professor die ik had geschreven over de realiteit van de geestelijke wereld en over de noodzaak van bekering. Aangezien deze professor in de loop der jaren al diverse boeken had geschreven waarin “de wetenschap” afrekende met het bestaan van de allerhoogste God achtte ik de kans niet echt groot dat hij, na al die jaren als godloochenaar geleefd te hebben, nog voor enige rede vatbaar zou zijn. En inderdaad: hoewel hij zijn reactie begon met de mededeling dat mijn brief hem al enige weken onrustig had gemaakt (lees: zijn geweten liet hem niet met rust) werden vervolgens zijn gebruikelijke bezwaren weer in de strijd geworpen. Zijn uitvluchten deden me denken aan het vervolg van Hosea 4:6 waar we lezen: “Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen vergeten”. Hoewel dit verwijt was gericht aan hen die in de dienst van God stonden is de boodschap erin een geestelijke wet die opgaat voor ieder mens die de kennis van God heeft verworpen. Zoals voor de genoemde professor, die tussen neus en lippen door nog even aan me kwijt wilde dat volgens zijn oordeel de bijbel het mooiste mythenboek is dat hij kende. Jazeker! Wij boffen toch maar met zo'n bijbel! De boodschap achter dit “compliment” was echter domweg: “Ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd”. Ook in de gelijkenis die Jezus sprak (in Lucas 14:16 en verder) had men telkens weer een uitvlucht klaarliggen om maar niet in te hoeven gaan op de uitnodiging die zij ontvingen. Want: “Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen?” (Jeremia 17:9).

Naar de mens gesproken was deze professor een hopeloos geval. Hoopgevend was aanvankelijk nog dat hij zijn eigen wetenschap een paar maal tegensprak. Dus heb ik daar in enkele vervolgbrieven mijn pijlen op gericht. Want als al het andere geen indruk meer kan maken, zijn wetenschappers toch nog altijd gevoelig voor tegenstrijdige beweringen, en al helemaal als die uit hun eigen mond komen. Omdat zij heel goed weten dat wetenschap die zichzelf tegenspreekt geen wetenschap is maar een ongeloofwaardig leuterverhaal. Echter, ook met mijn vervolgbrieven heb ik, voor zover ik weet, niet kunnen bereiken wat we lezen in Judas vers 23: “Red anderen echter met vrees, door ze uit het vuur te rukken”.

Verleiden en misleiden.

Het zal de lezer waarschijnlijk niet zijn opgevallen want bijna onopgemerkt is zojuist nog een andere vorm van geestelijke strijd onder de aandacht gebracht. Een vorm die ooit als eerste door de satan werd gebruikt om de mens in zijn val mee te slepen en een vorm van geestelijke strijd die verreweg de meest gebruikte is. Het gaat hier namelijk om verleiden en misleiden. Lees het verslag van de zondeval in Genesis 3 en het zal duidelijk worden dat dit de eerste vorm van geestelijke oorlog is die door de satan werd toegepast. De genoemde professor heeft ondanks al zijn knappe-kopperigheid nooit beseft dat hij zich in zijn arrogantie heeft laten misleiden door de leugengeesten uit het rijk van de satan. Het probleem met dit soort mensen is dat zij zich door hun kennis verheven voelen boven de grote massa. De realiteit is daarentegen dat zowel deze “slimme jongens” als het “gewone” volk absoluut niet weten dat de overste van deze wereld vele malen intelligenter is dan zij. En vele malen sluwer én leugenachtiger. Door een leugen die als waarheid werd voorgeschoteld kreeg de satan het in Genesis 3 voor elkaar dat de mens in zijn val trapte en dat de mens aan zijn macht werd onderworpen. Daar kwam geen zwaard, geen geweld en dus ook geen overweldiging aan te pas. Het was de mens zelf die zich liet misleiden en verleiden tot ongehoorzaamheid aan God. De eerste zonde werd het prototype van de grootste succesformule die de satan vanaf toen tot zijn beschikking had. Door die ervaring zullen de boze geesten dan ook altijd eerst proberen om de mens te laten zondigen door een beroep te doen op de ik-gerichtheid van de mens. Deze ik-gerichtheid, dit egoïsme, van de mens staat lijnrecht tegenover de liefde van God, waarvan we in 1 Cor. 13:5 lezen dat zij zichzelf niet zoekt. Door liefdeloosheid kan de mens geen weerstand bieden aan de verleidingen tot het bij elkaar schrapen van nog meer rijkdom, nog meer eer en aanzien en al het andere dat het eigen ik vereert. Ook massa's kinderen Gods (die beter zouden moeten weten) maken zich aan deze zonden schuldig. Daar komt nog bij dat zij zich daarmee laten misleiden tot het negeren van Gods Woord, wat in het voorgaande al onder de aandacht is gebracht. De gevolgen daarvan kunnen in het uiterste geval zelfs uitlopen op dat waarover de Hebreeënschrijver het heeft in:
Hebr. 6:4-6: “Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest, en die het goede Woord van God geproefd hebben en de krachten van de komende wereld, en die daarna afvallig worden, weer opnieuw tot bekering te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken”.

De verleidingen kunnen in talloze vormen op de mens afgevuurd worden. Het lag voor de hand dat de hedendaagse techniek door het rijk van de satan gebruikt zou worden om de gedachten van mensen te beïnvloeden. Dat TV en film ergens bovenaan deze lijst prijken is voor ieder weldenkend mens geen verrassing. Wat weer wel een valkuil is gebleken is de overtuiging die mensen wordt opgedrongen dat bepaalde TV programma's en films “christelijke” normen en waarden zouden dienen en bevorderen. Of dat ze voor de evangelieverkondiging van waarde zouden zijn. Zo heeft de hype die de film: “The passion of the Christ” destijds deed losbarsten vele christenen laten geloven dat het ging om een waardevol middel voor de evangelieverkondiging. Terwijl die complete film stijf stond van de Roomse Mariaverering. Subtiel gebracht, door massa's christenen niet opgemerkt of genegeerd, maar de paus was er blij mee. Dat alleen al was het ultieme bewijs dat de satan zich had laten bedienen door filmmakers die wisten hoe ze hun publiek konden misleiden. Weliswaar met de hulp van hun geestelijke opdrachtgevers.

 

....en al het groene gras verbrandde.

Ook de gedrukte media zijn massaal ingezet door de misleidende geesten uit het rijk van de satan om de nog resterende kennis van God en van Zijn Woord te vernietigen in het hart van al diegenen die door hun (totale) gebrek aan geestelijk inzicht een makkelijke prooi zijn. Zo kreeg ik van iemand een setje kaarten in de handen gestopt die door de kinderen van die persoon waren verzameld. De begeleidende vraag was of ik er misschien ook aandacht aan zou kunnen schenken op deze website. Het betrof hier overigens de zogenaamde “Neopets”. Ik kan me de tijd nog herinneren uit mijn eigen jeugd dat onderwerpen als toverij lacherig werden afgedaan als verzinsels en dat de TV programma's waarin toverij voorkwam allemaal nogal speels overkwamen. Veel heb ik daar zelf gelukkig niet van gezien maar genoeg om er een beeld aan over te houden. Vergelijk ik dat beeld met de hedendaagse opvallend agressieve manieren waarop toverij en allerhande occulte zaken aan met name de jeugd worden opgedrongen dan is het verschil schrikbarend. Op de bewuste kaarten las ik teksten zoals:

In het geval dat je nu nog niet hebt begrepen waar dit allemaal over gaat: ik kan je verzekeren dat dit zwaar vergif is voor een kinderziel. Bij het lezen van dergelijk vergif moet ik telkens weer denken aan wat de apostel Johannes moest opschrijven over de verwoestingen in de eindtijd. In Openb. 8:7 zien we o.a. staan: “....en al het groene gras verbrandde”. Dit groene gras, de jeugd, is vrijwel weerloos tegenover de vele verleidingen die de wereld overstromen. Het beeld van het groene gras dat verbrandt is gebruikt om aan te duiden dat het geestelijke leven van de jeugd door de leugengeesten wordt vernietigd. Anders gezegd: zij komen door de occulte besmettingen in de greep van deze geesten. Het gevolg van het toegeven aan deze verleidingen is namelijk dat de jeugd zichzelf onderwerpt aan de satan. Dit wordt bevestigd in 2 Petrus 2:19: “....want door wie iemand overwonnen is, van hem is hij ook een slaaf geworden”. Dit heeft tot gevolg dat ze meer en meer worden onderworpen aan de macht van boze geesten en dus gebonden raken. Deze gebondenheid houdt in dat de boze geesten macht krijgen over een (deel van) de menselijke geest zodat die mens gedwongen wordt de wil van deze boze geesten te gehoorzamen. Dit leger van gebonden mensen, dat de satan voor zichzelf en voor zijn doel aan het vormen is, groeit dagelijks.

 

De mens der wetteloosheid.

Waar loopt dit allemaal op uit? Daarover schreef de apostel Paulus in 2 Thess. 2:3 waar hij het heeft over de mens der wetteloosheid. We lezen daar: “Laat niemand u op enigerlei manier misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is, de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als god in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als god voordoet”. De uitleggingen over deze tekst lopen ver uiteen. Ik kwam zelfs de uitleg tegen van een “bijbelleraar” die meende dat er eerst een derde tempel op de tempelberg in Jeruzalem gebouwd moet worden zodat de antichrist zich daar zal kunnen vestigen. Dit zijn van die beweringen waar je oren van gaan klapperen. Los van de vraag of men het ooit voor elkaar zal krijgen om daarvoor eerst de daar aanwezige Al-Aqsa-moskee en de Rotskoepel te slopen zonder de Islam te tergen kan uit Paulus' woorden ook worden opgemaakt dat die mens der wetteloosheid niet slechts één mens is maar velen. Ik zie namelijk dagelijks vele mensen der wetteloosheid rondlopen. De geest van de New Age die ik jaren geleden ook binnen de eigen gemeente zag opkomen heeft ondertussen de mens doen geloven dat hij zelf een god is en dat hij daarom die god in zichzelf moet zoeken. De bijbel spreekt er duidelijk over dat de mens de tempel van God is waarin Hij wil wonen. In plaats van zijn Schepper in die tempel binnen te laten zien we gebeuren dat de mens, na talloze afgoden te hebben aanbeden, nu zichzelf als een god gaat vereren en zelf plaats neemt op de troon van zijn hart. Dat is een recht dat alleen de Schepper toekomt. Over de gevolgen van deze zelfverheerlijking schreef Paulus in 2 Tim. 3:1-5: “Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand” (NBG 1951). Over dit soort mensen lezen wij vervolgens in 1 Joh. 2:18: “Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is” (NBG 1951). Vele antichristen = de mens der wetteloosheid.

Wat al de Israël-fanatici, die zich door de leugengeesten van de satan op een dwaalspoor hebben laten zetten, niet willen beseffen is waar Jezus op doelde in Joh. 4:21-24 toen Hij zei tegen de Samaritaanse vrouw: “Geloof Mij, vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden; maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in Geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in Geest en in waarheid” (NBG 1951). De tempeldienst met al zijn offers is sinds Jezus' offer op Golgotha voorgoed verleden tijd. Anders gezegd: wat voor stenen gebouw daar op de tempelberg in Jeruzalem eventueel zal mogen verrijzen, het zal beslist geen tempel van God zijn die door een dienaar van de satan wordt ingepikt. Wat het dan wel is? Slechts een gebouw van steen dat is gebouwd door mensen met een hart van steen: goddelozen en vijanden van het evangelie, die de spot drijven met Jezus' offer op Golgotha.
Het resultaat van hun overleggingen, die door de god dezer eeuw met blindheid zijn geslagen, is daarom slechts een bovengrondse grafkelder en geen heiligdom waar God behagen in zou hebben. Omdat Hij zelf door het in tweeën scheuren van het voorhangsel in de tempel op het moment van Jezus' sterven aan ons heeft laten weten dat Hij met de Oudtestamentische offerdienst voorgoed heeft afgerekend.

 

Eindstadium: bezetenheid.

De mens der wetteloosheid is het eindstadium van het geestelijke verval en de realiteit daarvan begint bij velen al zichtbaar te worden. Als gebonden mensen namelijk niet van hun overheersers worden bevrijd zal het van kwaad tot erger gaan en zou deze gebondenheid kunnen overgaan in de meest extreme vorm daarvan. Een vorm die Jezus meer dan eens tegenkwam als Hij bezeten mensen ontmoette, bij wie Hij vervolgens de boze geesten bestrafte en ze er uitgooide. Een sprekend voorbeeld hiervan is dat van de bezeten man in Lucas 8:27-31. We lezen daar:

Toen Hij aan land gegaan was, kwam Hem een man uit de stad tegemoet, die door boze geesten bezeten was, en sinds lang had hij geen mantel meer aan en woonde niet in een huis, maar in de graven. Toen hij nu Jezus zag, stiet hij een kreet uit en hij viel aan zijn voeten en sprak met luider stem: Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik smeek U, dat Gij mij niet pijnigt. Want Hij gaf de onreine geest bevel van de man uit te varen. Want menigmaal had de geest hem met geweld medegesleurd, en om hem te bewaken werd hij met ketenen en voetboeien geboeid, maar hij brak de boeien stuk en werd door de geest naar eenzame streken gedreven. En Jezus vroeg hem: Wat is uw naam? Hij zeide: Legioen; want vele geesten waren in hem gevaren. En zij smeekten Hem, dat Hij hun niet gelasten zou in de afgrond te varen” (NBG 1951).

Deze extreme vorm van “geleefd” te worden door meerdere (of zelfs een legioen) boze geesten is niet aan een leeftijd gebonden, noch aan een bepaalde achtergrond, intelligentie of kennisniveau. Als het er op aankomt de geest van een mens in bezit te kunnen nemen zijn de handlangers van de satan niet kieskeurig. Dit dreigende gevaar is dan ook van toepassing op ieder mens die zich niet heeft willen laten bevrijden van deze meedogenloze geesten maar zich wel door hun verleidingen heeft laten inpalmen. Voor deze dreiging is iedere onbekeerde en iedere godloochenaar verblind. Precies zoals de apostel Paulus dit onder woorden bracht in 2 Cor. 4:3-4: “Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is” (NBG 1951). Wie blind is voor het evangelie is daardoor ook blind voor het gevaar van de overheersing door boze geesten. Hier houdt dit drama echter niet op want ook vele kinderen Gods zijn compleet met blindheid geslagen voor de realiteit van de geestenwereld. Wat overigens in het voorgaande al werd benadrukt en wel aan de hand van Hosea 4:6 waar wij lazen: “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis”.

 

Digitale wereldveroveraars.

Deze onwetendheid wordt keer op keer bevestigd wanneer ik vaststel dat de zoveelste dwaze ouders (die het veel te druk hebben met hun carrière en met het afbetalen van het eigen huis) de kinderen zonder enige controle uren naar de TV laten kijken. En mocht kindlief daar de buik vol van hebben dan wordt het wel beziggehouden met de tegenwoordig al niet meer weg te denken computer“spelletjes” of het mobieltje. Als ik zo nu en dan weer een paar inkopen moet doen om de eigen computer of de printer draaiende te houden sta ik steevast een paar ogenblikken met verbijstering te kijken naar de uitgestalde computergames die in de betreffende winkel voor computertoebehoren staan uitgestald. De meest grimmige smoelwerken van alweer nieuwe “wereldveroveraars” staren mij dan weer nijdig aan vanaf de uitgestalde DVD's en/of Cd-rom's. En telkens sta ik me weer af te vragen of al die dwaze ouders nu werkelijk niet door zouden hebben dat zij hun eigen kinderen door al dit demonische vergif aan de satan overleveren. Ook is telkens weer mijn conclusie dat ze daar werkelijk geen weet van hebben. Ze zijn met blindheid geslagen door de god dezer eeuw, zoals dit door Paulus in 2 Cor. 4:3-4 zo treffend onder woorden werd gebracht.

Dit is allemaal niet zomaar een toevallige ontwikkeling maar het is precies wat de boze geesten hadden gepland. Met als gevolg dat de kinderen, die zelf geen grenzen kunnen bepalen, dag in dag uit worden betoverd en occult besmet raken door de vele “kinderprogramma's” en computergames die bol staan van occultisme, toverij, geweld en oorlog. De schade die dit tot gevolg heeft drukt ondertussen meer en meer zijn stempel op het dagelijks leven. Noemen we bijvoorbeeld alleen al de toenemende vernielzucht, de groeiende agressie tegenover gezagsdragers of de grove brutaliteit waarmee het onderwijspersoneel te maken krijgt. Ik sprak hierover eens met een leraar die aan den lijve had ondervonden hoe onhandelbaar en ongezeglijk de hedendaagse jeugd is geworden. Hij was er nog steeds ontdaan van.
Echter.... vertel hun dwaze ouders niet dat zij zelf deze (boze) geest uit de fles hebben losgelaten door hun gruwelijke onverschilligheid, hun hebzucht, hun jacht naar een hoger inkomen, een (nog) groter eigen huis of een nog duurdere auto, terwijl de kinderen voor de TV of de computer worden neergepoot om maar van ze af te zijn. Vertel het ze niet want je zult worden weggehoond en je goede bedoelingen blijken slechts parels voor de zwijnen te zijn.... Dat is verbijsterend maar niet verbazingwekkend want in 1 Cor. 2:14 worden we daar al op gewezen: “Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is” (NBG 1951).
En gegarandeerd staan de handlangers van de satan telkens weer handenwrijvend toe te kijken wanneer ze vaststellen dat deze betoverde ouders ook hun eigen kinderen aan de occulte, misleidende geesten overleveren door ze te laten hersenspoelen met behulp van al deze, in opdracht van de boze geesten gemaakte, “kinderprogramma's” en computergames.

“Wel, wel”, zul je nu waarschijnlijk bij jezelf denken: “Overdrijf je nu niet een beetje, meneer de webmaster?” Nee, helaas niet! De realiteit is zelfs nog veel gruwelijker dan ik hier in een paar zinnen kan beschrijven. In Openb. 8:7 zagen wij namelijk staan: “....en al het groene gras verbrandde”. Er staat niet dat het een beetje verdroogde, of dat het iets te weinig zonlicht kreeg of iets dergelijks maar er staat dat het verbrandde. Er blijft dus niets van over. Want uiteindelijk zal ook de jeugd wereldwijd zo in de greep van de boze geesten terechtkomen dat al hun eigen geestelijke leven zal verdrongen worden door de wrede willekeur en overheersingsdrang van demonen die zo meedogenloos en nietsontziend tekeer zullen gaan dat ieder mens die tegen die tijd zijn leven niet volledig aan Jezus Christus heeft toegewijd en die zich niet door de Heilige Geest laat leiden en onderwijzen een prooi voor deze geestelijke vlammenzee zal worden. De eerste zonde (waarbij de satan dankzij het succes van de verleiding helemaal geen geweld hoefde te gebruiken) wordt talloze malen herhaald. Omdat al die ongehoorzamen zich in hun liefde voor zichzelf, hun hebzucht, hun eigenbelang en hun ongezeglijkheid laten verleiden en misleiden en niet willen luisteren naar hen die het evangelie bekendmaken.

 

Verleiding zonder natuurlijke hulpmiddelen.

Tot nu toe heeft de nadruk gelegen op verleiding en misleiding door boze geesten waarbij ze driftig gebruik maken van de vele hulpmiddelen die door de menselijke handlangers van de satan in elkaar worden geknutseld. Behalve de slechte films, de “kinderprogramma's” op TV, de al net zo schadelijke computergames en niet te vergeten het vergif van de popmuziek zijn er vele, vele andere natuurlijke hulpmiddelen die door de boze geesten worden ingezet om zoveel mogelijk slachtoffers te kunnen maken. Maar ook zonder die natuurlijke middelen zijn de boze geesten heel wat mans. Het eerste wapen dat de boze geesten uit de handen van kinderen Gods proberen te slaan is Gods Woord. Daar is in het voorgaande al aandacht aan besteed. De onmisbaarheid van Gods Woord wordt in o.a. de volgende twee tekstgedeelten benadrukt:

In beide teksten wordt Gods Woord, de bijbel, voorgesteld als een zwaard en een zwaard is in de eerste plaats een aanvalswapen. Dat zwaard kunnen wij echter niet gebruiken als wij niet weten wat er in Gods Woord staat. De gevaarlijkste misleiding die een kind van God stapsgewijs weerloos maakt tegenover de leugens van de boze geesten is dan ook de misleiding dat de waarde van de bijbel voor ons geestelijk leven “veel te veel wordt overschat”. In allerlei varianten wordt deze leugen gebracht. De waarheid zit anders in elkaar. Het overkwam mij eens dat ik door de Heilige Geest sterk werd bepaald bij Spr. 2:1-15 waar ik de volgende raad las. Het geeft in enkele regels weer wat de absolute voorwaarde is om staande te kunnen blijven onder de leugens en listen die de handlangers van de satan op ons afvuren.

  1. Mijn zoon, indien gij mijn woorden aanneemt en mijn geboden bij u bewaart,
  2. zodat uw oor de wijsheid opmerkt en gij uw hart neigt tot de verstandigheid,
  3. ja, indien gij tot het inzicht roept en tot de verstandigheid uw stem verheft;
  4. indien gij haar zoekt als zilver en naar haar speurt als naar verborgen schatten,
  5. dan zult gij de vreze des Heren verstaan en de kennis Gods vinden.
  6. Want de Here geeft wijsheid, uit zijn mond komen kennis en verstandigheid;
  7. Hij bewaart hulp voor de oprechten, Hij is een schild voor wie onberispelijk wandelen,
  8. terwijl Hij waakt over de paden van het recht en de weg zijner gunstgenoten beschermt.
  9. Dan zult gij gerechtigheid en recht verstaan, ook rechtschapenheid, elke goede weg.
  10. Want de wijsheid zal in uw hart komen en de kennis zal voor uw ziel liefelijk zijn;
  11. bedachtzaamheid zal over u waken, verstandigheid zal u behoeden,
  12. om u te redden van de boze weg, van de man die verkeerde dingen spreekt,
  13. van hen die de rechte paden verlaten, om op duistere wegen te gaan;
  14. die in kwaaddoen zich verheugen, juichen over boze draaierijen,
  15. wier paden krom zijn en die op hun dwaalwegen gaan.
 

Om Gods wijsheid te kunnen ontvangen zullen we ons moeten verdiepen in Gods Woord, maar dat alleen is niet voldoende. Er zijn namelijk talloze theologen die zich ook verdiepen in Gods Woord en toch geestelijk dood zijn doordat ze geen levende relatie hebben met Jezus Christus en daarom niet (willen) begrijpen waar het evangelie over gaat. Het komt erop neer dat de kennis van Gods Woord alleen niet voldoende is. Waar het op aankomt is dat een kind van God gehoorzaam is en blijft aan Gods woorden. Wanneer kinderen Gods zich daarentegen laten verleiden tot het verwaarlozen van Gods Woord (en er dus ongehoorzaam aan zijn geworden) is de smalle weg al verlaten. Hoe smal die weg is liet Jezus ons weten in Matth. 7:13-15: “Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden”. Deze weg is zo smal dat maar weinigen hem vinden. Anders gezegd: er zijn maar weinigen die hem (willen) vinden maar ook weinigen die het volhouden om deze smalle weg te blijven volgen. Is de weg naar het eeuwige leven dan zo onbegaanbaar? Nee, want voor wie zijn leven aan Jezus heeft overgegeven gaat op wat Jezus zei in Matth. 11:28-30: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht”.

Koning David had ook voortdurend te maken met vijanden die hem belaagden. Dit bracht hij o.a. in Psalm 56:5-6 onder woorden: “De ganse dag verminken zij mijn woorden; al hun overleggingen zijn tegen mij ten kwade. Zij willen aanvallen, zij spieden, zij nemen mijn schreden waar, terwijl zij loeren op mijn leven”. Het ging niet alleen bij David om een onafgebroken dreiging maar ook bij ons is dat gevaar continu aanwezig. De keiharde realiteit is dat wie verslapt en afwijkt van Gods woorden onmiddellijk door de spiedende boze geesten wordt aangepakt. Daar kan aanvankelijk nog maar weinig van te merken zijn maar de eerste stap naast de smalle weg is dan al gezet. In Spreuken 2:12 lazen we over “de man die verkeerde dingen spreekt”. In plaats daarvan kunnen we ook lezen: “de macht die verkeerde dingen spreekt”. Deze macht (een boze geest) zal altijd proberen om het kind van God te verleiden om een stap naast de smalle weg te zetten. Wat de weg naar het eeuwige leven zo smal maakt zijn dus de voortdurende pogingen van de boze geesten om een kind van God weer van die weg af te laten stappen.

Er is maar één waarheid, de waarheid van het evangelie. Één stap naar rechts of naar links en men is al van de waarheid afgeweken en wanneer dat is gebeurd is de smalle weg verlaten. Aan de waarheid van het evangelie vasthouden is daarom de absolute voorwaarde om onaantastbaar te blijven voor de listen en leugens die door de boze geesten op ons afgevuurd worden. Tegenover de waarheid van het evangelie staat een stortvloed aan misleidingen. Wie zich daardoor toch laat verleiden om een “evangelie” te aanvaarden dat aanvankelijk nog griezelig veel lijkt op het evangelie van het Koninkrijk Gods is al begonnen met af te wijken van de waarheid en zal daarom steeds makkelijker te misleiden zijn door de handlangers van de satan.
Wie zich nog op de smalle weg bevindt zal alleen met kleine afwijkingen van de waarheid te misleiden zijn. Omdat het verschil tussen de waarheid en de leugen in dat stadium nog zo klein en onopvallend is. Zodra echter de eerste misstap is gezet en het kind van God ongehoorzaam is geworden aan Gods woorden zal de volgende afwijking van de waarheid groter zijn dan de eerste. Het verraderlijke hierbij is dat ook iedere leugen die dicht bij de waarheid ligt al een volledige leugen is terwijl dit niet wordt opgemerkt door het kind van God dat zich heeft laten misleiden. In Spreuken 2:10-13 is het Gods wijsheid die in ons hart komt en ons redt van de boze weg en van al het andere dat rechtstreeks uit de put van de hel komt. Wanneer de misleidende boze geesten het daarentegen voor elkaar krijgen om het kind van God van de smalle weg af te laten wijken zal die wijsheid hoe langer hoe meer verdrongen worden door het vergif van één van de vele pseudo-evangeliën die de handlangers van de satan op de plank hebben liggen.

 

Grof geweld.

Naast het verleiden en misleiden van kinderen Gods maken de boze geesten ook gebruik van gewelddadige aanvallen. Dat zijn aanvallen waarbij de geest van het kind van God wordt belaagd met leugens, angst, of met een zeer zware geestelijke druk. Een druk waarmee wordt geprobeerd het geloof te verpletteren. Ik weet uit ervaring dat het door die geestelijke druk zelfs moeilijk kan zijn om adem te halen. Dit kan worden ervaren alsof er een blok beton van 1000 kilo op de borstkas drukt. Het lichaam reageert er in dat geval dan ook merkbaar op. Deze vorm van aanvallen is meestal een langdurige. Veel kortere maar ook veel fellere aanvallen zijn de angstaanvallen. Angst is het sterkste aanvalswapen dat de satan tot zijn beschikking heeft en behalve dat is angst ook hét overheersende klimaat in de hel. Angst werkt ook verlammend. De worsteling van Jezus in de hof van Gethsémane vlak voor zijn gevangenneming is er een sprekend voorbeeld van hoe fel en pijnlijk de strijd tegen de angst kan zijn.

De methode van het aanvallen van iemands geest heeft voor de boze geesten als groot nadeel dat het nooit onopgemerkt kan gebeuren. Want zodra wij ondervinden dat de hel weer eens de aanval heeft ingezet gaan we tot God in gebed voor hulp en gaan we, waar nodig, in de tegenaanval. Uit jarenlange ervaring weet ik dat perioden van heftige strijd en aanvallen ontstellend zware tijden kunnen zijn maar juist daardoor worden we herinnerd aan bijvoorbeeld Psalm 50:15: “roep Mij aan ten dage der benauwdheid, ik zal u redden en gij zult Mij eren”. De rechtvaardigen in de periode van het Oude Testament kenden lijden en verdrukking. Ook de discipelen van Jezus kennen lijden en verdrukking maar toch bestaat er een groot verschil. Voordat Jezus het Koninkrijk Gods weer op aarde vestigde bestond er namelijk nog geen lijden om Christus' wil. Wie nu lijdt onder de aanvallen van de boze geesten wordt aangevallen omdat hij een volgeling van Jezus is die meehelpt aan de uitbreiding van het Koninkrijk Gods. Daar was in de tijd van bijvoorbeeld koning David nog geen sprake van. Die uitbreiding gaat ten koste van het rijk van de satan en dat is een belangrijke reden waarom de aanvallen die de discipelen van Jezus nu krijgen te verduren zoveel feller, zwaarder, meedogenlozer en massaler zijn dan in de tijd voor Jezus' overwinning op Golgotha. Het kan er zelfs zo heftig aan toe gaan dat de apostel Petrus zelfs schreef over een vuurgloed in 1 Petrus 4:12-13: “Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame. Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid” (NBG 1951).

De talloze getuigenverhalen die ik ondertussen al heb gelezen over de vervolgingen die veel kinderen Gods overkomen in met name Islamitische en communistische landen maken keer op keer weer duidelijk dat waar de vervolging toeneemt, ook het aantal bekeringen toeneemt, de gemeenten sneller groeien en er meer gemeenten gesticht worden. Het uiteindelijke resultaat van de pogingen van goddeloze regeringen en vijandige, heidense religies om “voorgoed met die christenen af te rekenen” is dus telkens het tegenovergestelde van wat men wil bereiken. De satan snijdt zichzelf als het ware in zijn eigen vingers. Deze vormen van vervolging en verdrukking mogen dan in de landen van West Europa niet zo algemeen voorkomen als zojuist beschreven is, de realiteit is dat de satan vele wapens achter de hand heeft en veel handlangers heeft rondlopen binnen wat men zo fraai aanduidt als de “westerse beschaving”. Wat ook in Nederland nog aan beschaving is overgebleven wordt echter in hoog tempo gesloopt. Dat gebeurt weliswaar niet door een fanatieke vervolging van andersdenkenden maar wel degelijk door gebruikmaking van de in het voorgaande al beschreven (min of meer subtiele) middelen. Beschaving of (bijna) geen beschaving: ook hier lopen beslist massa's mensen rond die door de satan gebruikt kunnen worden om de uitbreiding van het Koninkrijk Gods tegen te werken. Ik schrijf uit ervaring. Die ervaring is overigens dat verreweg het meeste van dat lijden mij overkwam door toedoen van “broeders en zusters” die zich vrijwillig lieten gebruiken door (bijvoorbeeld) de vrome leergeesten. Precies zoals Jezus al voorspelde in Joh. 16:2-3: “Men zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen” (NBG 1951).

 

Terugkomend op de vervolging en de tijden van verdrukking die dagelijks kinderen Gods in veel landen op deze wereld treffen: tijdens de Tweede Wereldoorlog, die mijn beide ouders heel bewust hebben meegemaakt, zaten de kerken vol en werden er massa's gebeden opgezonden voor de bevrijding van de Duitse overheersing. Toen na de oorlog de welvaart begon te groeien en de gemakken van de welvaart het leven aangenamer begonnen te maken nam het kerkbezoek in een steeds hoger tempo af. Nu is de situatie dat veel kerken leegstaan en het geregelde onderhoud ervan plaats heeft moeten maken voor de vraag of de slopershamer zich erover mag ontfermen of dat de meestbiedende projectontwikkelaar zijn fantasie er op mag loslaten.
Het is en blijft tenslotte ook zo'n beklagenswaardig menselijk trekje: in tijden van nood en verdrukking weet men precies tot welke God de klaagzangen opgezonden moeten worden en van Wie de verlossing moet worden afgesmeekt maar zodra het leven weer leefbaar is geworden wordt diezelfde God voor slechtere tijden achter de hand gehouden. En als de welvaart lang genoeg duurt mag diezelfde God alleen nog voorkomen in sprookjesboeken.

Een zelfde huichelachtigheid is ook veel kinderen Gods niet vreemd. En ook al zal men God niet de rug toekeren, men heeft de satan wel de ruimte gegeven om het christendom te versplinteren in ontstellend veel denominaties. Opvallend genoeg heeft dit hoofdzakelijk kunnen gebeuren in tijden van voorspoed en van materiële welvaart. Als daardoor de waakzaamheid verslapt en de aandacht wordt afgeleid door een stortvloed aan zaken die met het Koninkrijk Gods niets hebben te maken, kan het gebeuren dat de boze geesten met opzet nog enige tijd wachten met het inzetten van een nieuwe aanval op het geloof van Gods kinderen. De als gevolg daarvan toenemende lauwheid maakt het hen namelijk alleen maar makkelijker om hun doel te bereiken. Het kan ook voorkomen dat er niet afgewacht wordt maar dat er meteen gebruik wordt gemaakt van de kansen die ze krijgen door met verleidingen of een vals evangelie de (door hun welvaart in beslag genomen) kinderen Gods te misleiden, voor zover dat tenminste nog niet al gebeurd was.
Het meeste succes hebben boze geesten dan ook door gebruikmaking van verleiden en misleiden. Desondanks komt het in het leven van een kind van God geregeld voor dat er grof geweld wordt gebruikt. Uit ervaring weet ik dat dit het meest voorkomt nadat we onze tijd en energie hebben ingezet om het Koninkrijk Gods, in wat voor vorm dan ook, te dienen. Preken, een getuigenis geven, evangelisatiemateriaal verspreiden, een website zoals deze maken en uitbreiden, het wekt stuk voor stuk de woede op van de boze geesten. Veel aanvallen die op het kind van God worden ingezet hebben daarom te maken met wraakzucht vanwege één of meer van deze voorbeelden. Maar ook vanwege verloren geestelijk terrein of omdat hun kwade bedoelingen (tijdig) zijn ontmaskerd. Deze wraakzucht kan ook weer aangewakkerd zijn doordat een menselijke handlanger die jaren als een infiltrant voor hen heeft gewerkt is ontmaskerd (door een kind van God met werkelijk geestelijk inzicht) en daarom de gemeente uitgegooid is (dit gebeurt overigens nog veel te weinig!). En ga zo nog maar even door.
De verzamelplaats voor al deze woede, wraakzucht, meedogenloosheid én de plaats van waaruit de geestelijke oorlog tegen het zich op deze wereld uitbreidende Koninkrijk Gods wordt geleid bevindt zich onder onze voeten. In de bijbel wordt deze plaats o.a. aangeduid als:

 

Het dodenrijk.

Er bestaat in de hel (= het dodenrijk) geen genade. Door gekrenkte trots, haat, wraakzucht en gezichtsverlies vinden bij boze geesten explosies van woede plaats die voor een redelijk denkend mens niet zijn te bevatten. Ook strafmaatregelen (opgelegd door boze geesten met meer macht) vanwege mislukte opdrachten komen voor. De angst voor dergelijke strafmaatregelen maakt dat boze geesten die voor een bepaalde taak naar het aardoppervlak zijn gestuurd alles op alles zetten om hun opdracht te vervullen. Ik heb mij lange tijd nooit echt verdiept in de vraag waar de hel zich zou kunnen bevinden. Omdat dit dodenrijk zich in de geestelijke, en dus bovennatuurlijke, wereld bevindt kon ik me er ook geen voorstelling van maken. Totdat het me duidelijk werd dat ook op die vraag het antwoord in de bijbel is te vinden. Daar had ik meer dan eens overheen gelezen in de veronderstelling dat het moest worden gelezen als een poëtische omschrijving, zoals in de Psalmen. In Psalm 55:15 zien we bijvoorbeeld staan: “De dood overvalle hen, laten zij levend in het dodenrijk neerdalen; want boosheid is in hun woning, in hun binnenste”.
Dit komt opvallend overeen met het verslag in Numeri 16:28-33 over Korach, Datan en Abiram die tegen Mozes in opstand waren gekomen: “Daarop zeide Mozes: Hieraan zult gij weten, dat de Here mij gezonden heeft om al deze daden te doen, en dat het niet mijn bedenksel is: indien dezen zullen sterven, zoals ieder mens sterft, en over hen bezoeking zal worden gedaan, zoals ieder mens bezocht wordt, dan heeft de Here mij niet gezonden. Maar, indien de Here iets nieuws zal scheppen, zodat de grond zijn mond zal opensperren en hen verzwelgen met alles wat hun toebehoort, zodat zij levend in het dodenrijk zullen dalen, dan zult gij weten, dat deze mannen de Here gesmaad hebben. Nauwelijks had hij al deze woorden uitgesproken, of de grond spleet onder hen, en de aarde opende haar mond en verzwolg hen met hun huisgezinnen en met alle mensen die bij Korach behoorden en met alle have. Zo daalden zij, met al de hunnen, levend in het dodenrijk; en de aarde overdekte hen, zodat zij uit het midden der gemeente omkwamen” (zie de afbeelding links). Het dodenrijk blijkt zich te bevinden in het centrum van deze aarde. Het lot van Korach, Datan en Abiram die levend door de aarde werden verzwolgen maakt duidelijk dat zij levend aan de reis daarnaar toe begonnen. Omdat het dodenrijk zich echter in de geestelijke wereld bevindt moeten zij onderweg zijn gedood door de zich weer sluitende aarde waardoor hun lichamen ergens onderweg achterbleven en hun geest verder afdaalde tot in het dodenrijk.
Wat mij keer op keer verbijstert is de onverschilligheid bij massa's mensen die alleen maar spottend reageren zodra zij worden gewezen op de realiteit van dit dodenrijk. Het lot dat hen staat te wachten is dat zij door de boze geesten zullen worden meegesleurd naar het dodenrijk in het geval zij zich voor hun dood niet hebben bekeerd van hun onverschilligheid en hun ongeloof.

Samengevat: De allereerste voorwaarde waaraan de discipel van Jezus moet voldoen om bestand te kunnen zijn tegen de misleidingen en de gewelddadige aanvallen van de boze geesten is gehoorzaamheid aan het evangelie en om het evangelie te (leren) kennen zal hij of zij het tot een gewoonte moeten maken om regelmatig het Woord van God te bestuderen. Het gevaarlijkste wapen dat door de boze geesten wordt ingezet om kinderen Gods te kunnen onderwerpen aan leringen van boze geesten is namelijk: hen bij het Woord van God vandaan slepen. Om de mens te verleiden tot zonde en wetteloos gedrag maken de boze geesten vaak gebruik van natuurlijke hulpmiddelen zoals TV programma's, computergames, popmuziek of kaart“spelletjes”. Ook zonder natuurlijke hulpmiddelen kunnen de boze geesten de gedachten van de mensen beïnvloeden en hen verleiden tot wetteloos gedrag. Behalve onopgemerkt verleiden en misleiden kunnen de boze geesten ook tot de directe aanval overgaan. De aanvallen die op een discipel van Jezus worden ingezet zijn maar al te vaak het gevolg van wraakacties van de boze geesten.

 

3. De dagelijkse praktijk.

“De mens der wetteloosheid is het eindstadium van het geestelijke verval” schreef ik in het voorgaande al. Om dit einddoel te bereiken worden door de boze geesten alle mogelijke middelen ingezet. Wetteloosheid houdt in dat er geen regels en grenzen meer zijn waaraan de wetteloze zich nog wenst te houden. De verleiding tot zonde waarmee de satan de eerste mens een door God gestelde grens liet overschrijden zal uiteindelijk zijn climax vinden in al de wettelozen die iedere wet en regel welke hen niet bevallen gewetenloos zullen overtreden. Ongeveer vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw hebben massa's Nederlanders zich vol zelfbehagen overgegeven aan de met veel geschreeuw en andere herrie gebrachte misleiding dat zij zich moesten gaan inspannen voor meer welvaart, voor hogere lonen en voor hun “vrijheden”, waaronder de keuzevrijheid in het wel of niet in leven laten van de ongeborenen en de ouden van dagen. Al net zo gretig werd massaal het advies opgevolgd om de allerhoogste God tot een ongewenst persoon te verklaren.
De lijst van “vrijheden” die deze door boze geesten bestuurde wettelozen sindsdien bij elkaar hebben gevochten, gestaakt, gelogen en gedreigd is uiteraard nog veel en veel langer. Het resultaat van al deze bij elkaar gevochten “vrijheden” is echter, zoals te verwachten was, niets anders dan dat het overgrote deel van de Nederlandse bevolking gedemoniseerd is geraakt, voor zover dat tenminste nog niet het geval was. En waar de handlangers van de satan al een stevige greep hadden op de handel en wandel van deze goddelozen is die greep alleen maar verstevigd. Want wanneer de mens zich door de satan laat verleiden om wetten en regels overboord te gooien om zo de beloofde “vrijheid” te kunnen grijpen geeft hij toe aan de misleidingen van boze geesten en die zien op hun beurt daardoor hun macht over de mens alleen maar toenemen. Dus: geen vrijheid maar gebondenheid! Dit is nu precies waar de apostel Petrus op doelde in 2 Petrus 2:19 waar hij schreef over de demonische praktijken van goddelozen die zo veel mogelijk anderen in hun ondergang proberen mee te slepen: “Zij beloven hun vrijheid, terwijl zij zelf slaven van de verdorvenheid zijn; want door wie iemand overwonnen is, van hem is hij ook een slaaf geworden”. Wat voor Nederland opgaat is vanzelfsprekend ook van toepassing op wat er in veel andere landen gaande is. Onder andere in de Verenigde Staten woekert dit geestelijke verval in hoog tempo voort. Wat overigens een Amerikaanse prediker eens deed uitroepen dat het Amerikaanse christendom bijna totaal verrot is. Hoe dramatisch de situatie daar is bleek ook uit een onderzoek dat gedaan was onder studenten van een behoorlijk aantal theologische opleidingen in de V.S. De uitkomst was dat van de ondervraagden:

Let wel: het gaat hier over studenten theologie! Weten we tenminste meteen weer waar theologie eigenlijk over gaat. Men blijkt namelijk theologie te kunnen studeren zonder in het evangelie te hoeven geloven. Waaruit blijkt dat theologie enerzijds en het evangelie anderzijds twee totaal verschillende werelden zijn. Nog een aanvulling: bij één van de grootste denominaties in de V.S. bleek 95% van de predikanten en de leden niet te geloven in de betrouwbaarheid van de bijbel. En vanuit dit geestelijke klimaat van afvalligheid zijn al diverse rages naar ons land overgewaaid waarvan, op het moment van schrijven, de zogenaamde “doelgerichte” misleiding al een paar jaar lang ook hier een spoor van vernieling heeft achtergelaten. Ik kan me daarom helemaal vinden in een voltreffer van de bekende evangelist David Wilkerson die eens zei: “De grootste exportproducten van de Verenigde Staten zijn Coca Cola en valse doctrines”. Wat hij hier aanduidde als valse doctrines noemde de apostel Paulus in een van zijn brieven: leringen van boze geesten. Het geestelijke verval in Nederland heeft er aan bijgedragen dat deze vanuit Amerika “geëxporteerde” leringen van boze geesten hier zo massaal gehoor konden vinden. Als vervolg op het zojuist geschilderde drama (we zijn nu toch bezig) nog wat kille cijfers over het geestelijke leven van onze Oosterburen. Of van wat daarvan is overgebleven. Daar gaan we weer:

(Update per december 2018: deze cijfers zijn al weer een aantal jaren oud. De huidige situatie is zeer waarschijnlijk nog dramatischer.) Nu zou je over dat laatste nog de wenkbrauwen kunnen optrekken omdat “Jezus als een belangrijk voorbeeld beschouwen” ook in een aantal heidense religies onderdeel van de leer is. Samen met de andere cijfers over het Duitse geestelijke verval geeft het echter wel een schokkend beeld van het sloopwerk dat eveneens in Duitsland door de boze geesten is verricht. Uiteraard komt ook Nederland niet ongeschonden uit deze sloopactie tevoorschijn. 16% van de Nederlandse dominees/theologen/predikanten weet namelijk niet of er wel een God bestaat of gelooft zelfs niet eens dat God bestaat. Nu we de smaak toch te pakken hebben nog een kleine toegift: van de Schotse geestelijken gelooft 66% niet in het bestaan van de hel. Schrikbarend allemaal. En deze lieden staan dus geregeld preken af te steken of beïnvloeden langs andere wegen het geestelijke leven binnen het “christendom”. Aan de gevolgen van het dramatische geestelijke verval, zoals dat nu door Nederland raast, worden wij herinnerd als we bijvoorbeeld weer eens vernemen dat (plaatselijke) overheden, wetgevers, handhavers van de wet en allerlei belangengroepen over elkaar heen rollen om de door de bijbel overduidelijk veroordeelde zonde van de homofilie als een normale levensstijl geaccepteerd te krijgen. Op een andere pagina van deze website schreef ik daarover:

Citaat:
Een zelfde hardnekkig verzet tegen Gods wil en waarheid heeft ondertussen ook in het huidige christendom een rottingslucht tot gevolg gehad én een klimaat waarin de zonde geen zonde meer genoemd mag worden. Zo las ik ergens dat er een “christelijke” werkgroep met de naam “ContrariO” bestaat die met hand en tand een zonde verdedigt waarover het Woord van God ons ook een duidelijke boodschap heeft nagelaten. Die boodschap is zelfs zo duidelijk dat bepaalde theologen zich, in paniek om zoveel duidelijkheid, in de vreemdste bochten wrongen om ons leken er toch maar vooral van te kunnen overtuigen dat de theologische wetenschap ondertussen al zover is gevorderd dat men er nu achter is dat wat bijvoorbeeld Paulus erover schreef toch echt anders door hem bedoeld werd dan wij erin lezen. Waarmee de heren godgeleerden feitelijk bedoelden te zeggen (maar dat mogen wij natuurlijk niet weten): “die Paulus had daar gewoon zijn kop over moeten houden want nu moeten wij, knappe koppen die we zijn, weer recht gaan breien waar die Paulus ooit een paar gigantische steken liet vallen”. Die Paulus liet echter beslist geen steken vallen. Hij had de waarheid van het evangelie lief en was bereid daar ook voor te lijden en daarmee toonde hij een gezindheid die kenmerkend is voor een echte discipel van Jezus maar die bij het merendeel van de hedendaagse “christenen” totaal onvindbaar is.
Einde citaat.

 

Voor hen die na het lezen van dit citaat nu witheet zitten te zijn wil ik nog eens benadrukken: het gaat hier om een duidelijk aanwijsbare zonde. Dat verzon de apostel Paulus niet ter plaatse maar dat wist hij bijvoorbeeld door wat God zelf daarover zei in Leviticus 18:22: “En gij zult geen gemeenschap hebben met een, die van het mannelijk geslacht is, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw: een gruwel is het”. Wie toch nog glashard durft te beweren dat Jahweh (= Jezus Christus) “daar nu niet zo moeilijk meer over doet” negeert daarmee wat wij in Hebr. 13:8 over Jezus kunnen lezen: “Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid”. Hij is dus niet veranderd en ook Zijn oordeel over deze zonde is beslist ongewijzigd gebleven! Wie zich desondanks niet wenst te bekeren van deze door God veroordeelde en tegennatuurlijke levensstijl zal na de laatste hartslag door de boze geesten meegesleurd worden naar het dodenrijk onder onze voeten. Ik weet inmiddels dat in het dodenrijk een speciale afdeling is waar homo's op een bijzonder pijnlijke manier worden herinnerd aan de kansen die zij ooit hadden om zich van hun zonde te bekeren maar waar zij nooit op wensten in te gaan. Een voorbeeld van een duidelijke waarschuwing lezen wij bijvoorbeeld in Jac. 4:4: “Overspeligen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn, maakt zich tot een vijand van God”. En over deze vijanden van God zei Jezus in Joh. 3:36: “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem” (NBG 1951).
Dit is een erg duidelijke en niet mis te verstane waarschuwing. Wat wij beslist niet uit het oog mogen verliezen is het keiharde feit dat de satan onafgebroken zal blijven proberen om kinderen Gods weer in zijn klauwen terug te krijgen. Wie zich laat verleiden om de aangename dingen van dit tijdelijke leven (op bepaalde momenten) voorrang te geven boven de dingen van het Koninkrijk Gods of om een compromis te sluiten met de wereld, is al in een val getrapt die werd opgezet door de boze geesten. Dat kunnen dan ogenschijnlijk nog slechts kleine, onopvallende afwijkingen zijn van de smalle weg maar ook die kunnen het begin zijn van de totale afval. Want wat in de vorige alinea's is geschreven over het geestelijke verval gaat ook op voor ieder kind van God dat ongehoorzaam wordt aan het evangelie van Christus. Voor wie voortdurend beseft dat hij steeds weer met alle struikelingen bij Jezus mag komen en met berouw in het hart aan Hem vergeving vraagt voor de begane fouten zal dat geen gevolgen hebben. Voor alle anderen had Jezus in Matth. 24:12 een andere boodschap: “En doordat de wetteloosheid zal toenemen, zal de liefde van velen verkoelen”. De wetteloosheid grijpt nu zienderogen om zich heen en kinderen Gods zullen dus onafgebroken waakzaam moeten blijven om niet van de smalle weg af te wijken.

Hier kun je deel 2 lezen.

 
Spreuk:
Het evangelie is veel te ingewikkeld voor volwassenen.
Alleen een kind kan het begrijpen.
(naar Matthéüs 18:3)


 
 

P.S.
Mocht je de inhoud van deze pagina op een meer conventionele manier onder de aandacht van andere belangstellenden willen brengen, wees dan zo vrij en print deze pagina. Of wellicht blijf je liever de digitale weg bewandelen maar dan wel in een andere taal. In dat geval kun je (een deel van) deze pagina laten vertalen op https://translate.google.com waar je de gewenste taal kunt uitkiezen. Echter: controleer wel het resultaat want de techniek van het online vertalen is ondertussen weliswaar sterk verbeterd maar nog zeker niet volmaakt.

Bronvermelding